Wie deze foto ziet, belandt in een andere wereld, een andere tijd. De maskers en andere feestartikelen stammen van rond 1900. Je voelt je terechtkomen in een stripverhaal (het masker op de onderste plank is trouwens niet van Kuifje) of in het decor van een film voor een jeugdig publiek. Je herkent de situatie, maar de objecten stammen toch uit een periode die we niet meer kunnen ervaren. Het enige wat mogelijk is om de ervaring van vroeger te benaderen. Zoals op deze locatie in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. De foto roept vragen op over wat de functie van een historische enscenering is of zou moeten zijn. Is het verleden er ook om mensen in het heden te plezieren? De historica Getrude Himmelfarb bekritiseerde collega’s die het verleden vooral zouden gebruiken voor het eigen plezier. Deze opstelling in het Zuiderzeemuseum kan als een hyperbool worden gezien van wat sommige (publieks)historici volgens Himmelfarb met het verleden doen. De visie van Himmelfarb is deels terug te voeren op een oude discussie, namelijk of de historische feiten het verhaal van de historicus dicteren, of dat, andersom, de historicus betekenis en coherentie aanbrengt in de chaos die het verleden is. Het is een fundamentele kwestie. Iedere historicus zet het verleden naar de eigen hand, maar tegelijkertijd zal bijna geen historicus het bestaan van feiten ontkennen. Himmelfarb ziet speelse historici die met hun tengels een greep doen uit de snoeptrommel van het verleden, als een soort kinderen die straf verdienen. Dat is tot op zekere hoogte te volgen: sommige onderwerpen lenen zich niet en nooit voor een speelse aanpak: van hongersnood tot holocaust. Maar andere onderwerpen zouden misschien wel baat kunnen hebben bij een speelse bendadering, omdat ermee een enthousiasme wordt overgedragen dat in traditionele geschiedschrijving meestal niet zit. De kwestie heeft ook te maken met het onderscheid tussen geschiedenis en erfgoed: de eerste zou volgens velen vooral voortkomen uit respect voor het verleden, terwijl het bij erfgoed om het nut van het verleden in het heden gaat. Critici van erfgoed weten niet altijd duidelijk te maken waarom het verleden soms niet ook nuttig of zelfs prettig zou kunnen zijn.
0 Comments
Olivier Rieter
Het mediëvalisme (of: medievalism) kwam op in het Verenigd Koninkrijk in de negentiende eeuw. Het gaat bij mediëvalisme om de representatie van de Middeleeuwen (de periode van 500 tot 1500) in latere tijden, met name het heden. Umberto Eco schreef er ooit over dat er vele typen middeleeuwen bestaan, typen die minstens zoveel over het heden zeggen als over het verleden. De foto hier toont de kleurrijke of bonte Middeleeuwen, een heel ander type dan bijvoorbeeld de rauwe Middeleeuwen (de fantasywereld van Game of Thrones, oorspronkelijk geschapen door George Martin) of de dystopische Middeleeuwen (zoals in Mark Twain’s A connecticut yankee at King arthur’s court). De historicus Johan Huizinga (die ooit bijna de Nobelprijs voor literatuur kreeg) schreef over de ‘kleurenzin’ van de tijd. In zijn representatie van de Middeleeuwen schetst hij een kinderlijk beeld van de Middeleeuwers. Huizinga is niet de enige. De fascinatie voor kleur wordt vaak als ‘onrijp’ getypeerd, als een uiting van niet geraffineerde smaak. Kleur kan echter ook de deur van de fascinatie voor de Middeleeuwen openen. Ik ben historicus en mijn historische fascinatie is voor mij duidelijk traceerbaar. Ik droomde als kind weg bij de kaft van een bewerking voor kinderen van Ivanhoe van Walter Scott, de bekendste historische roman. Het ging om een kleurrijke kaft waarin ridders strijden in een toernooi. Ik zag de pracht van de kleuren en de aankleding van de ridders en paarden, niet de ontberingen en gewelddadige dood die de strijd in werkelijkheid was en is. In nostalgische uitingen worden de ongemakken van het verleden weggefilterd. Er wordt vaak een esthetisch beeld geschapen en dat is zeker het geval in deze foto die te plaatsen valt in de hedendaagse trend van de reenactment, het met anderen naspelen van het verleden, een trend die weer verband houdt met cosplay, oftewel costume play: het zich uitdossen in kleding die de drager een andere persona verleent. De ridder op deze foto heeft ook een andere persona; hij is een gevederde vlagdrager van wie de identiteit verborgen is door een helm, zoals de identiteit van Ivanhoe in het begin Scotts klassieke boek ook verborgen is. De historische roman als genre is door Scott op de kaart gezet en heeft ook buiten het Verenigd Koninkrijk veel navolging gehad. De bekendste historische roman uit de Nederlandse Letteren is waarschijnlijk ‘De leeuw van Vlaanderen’ dat ook op mijn leeslijst als kind stond. Dit boek van Hendrik Conscience hielp mee met het kunstmatig scheppen van een nationale identiteit voor de Vlaamse ‘natie’. Fictie en kleurrijke verbeelding kunnen ingebeelde gemeenschappen (imagined communities, een term van de antropoloog Benedict Anderson) mee helpen ontstaan. Doordat men een taal deelt voelt men zich verbonden met mensen die men nooit ontmoet heeft. Het kunstmatig aanbrengen van dergelijke identiteiten is een belangrijk wapenfeit van zowel historici als van historiserende schrijvers uit de negentiende eeuw. Meer over medievalisme. https://pixabay.com/nl/photos/middeleeuwse-ridder-pantser-paard-2267399/ Olivier Rieter
Ik herinner me nog goed dat mijn vader me toen ik een jaar of zes was voorlas uit Michiel van de Hazelhoeve van Astrid Lindgren. Ik was een tamelijk braaf ventje, maar vond de avonturen van deze vriendelijke kwajongen fascinerend. In het verhaal spelen uit hout gesneden poppetjes een rol die op een plank staan in de schuur van de hoeve waar Michiel woont. Ik vond die poppetjes als uitingen van bescheiden creativiteit zeer begeerlijk. Misschien hoopte ik ook wel dat mijn vader voor mij zulke poppetjes uit hout zou snijden. De cultuurwetenschapper Stijn Reijnders ontwikkelde het concept ‘plaatsen van verbeelding’ waarmee hij onder meer bedoelt dat fictiefiguren een belangrijke rol kunnen spelen in de collectieve verbeelding van mensen, soms zelfs van hele volken. Door dergelijke plaatsen voelen mensen iets gemeenschappelijks, dat vaak eenvoudig nationalisme overstijgt. In Zweden geldt Astrid Lindgren als de mogelijk bekendste schrijfster die het land heeft voortgebracht en op tal van plaatsen wordt aan haar oeuvre gerefereerd. Zo kun je er de fictionele boerderij van Michiel van de Hazelhoeve bezoeken, of Villa Kabelbont van Pippi Langkous De hier getoonde foto van de het schuurtje van de fictionele boerderij roept associaties op met vrolijke creativiteit uit een periode voor de onze. Het gaat om ambachtelijkheid die verwondert en de fantasie prikkelt. De schuur oogt oud, de poppetjes zijn koddig en sympathiek. Het gaat niet om hoge kunst maar om diep-menselijke verbeeldingskracht. De fantasie van Lindgren wordt op een plaats als deze gevisualiseerd. De wereld van Lindgren lijkt in het dynamische heden vooral iets van ‘vroeger’, maar op tal van plaatsen in Zweden waan je je toch nog even in het land waar de boeken zich afspeelden. In die zin is heel het land een welvarend themapark. Meer over ambachtelijkheid Meer over themaparken Foto: collectie Rieter Olivier Rieter
Foto: Maria Dekeling-Rieter Hier zien we de binnenplaats van kasteel de Haar in het Utrechtse Haarzuilens. Dit slot fungeert onder meer als het decor van trouwpartijen of van samenkomsten van mensen die zich uitdossen in fantasy-kostuums. Het is een burcht zonder verdedigingsfunctie die in de negentiende eeuw werd opgetrokken op de fundamenten van een ouder kasteel. Architect was Pierre Cuypers, bekend van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam. Maar ook van vele kerken in neostijlen. Het kasteel is een sprookje over hoe mooi het verleden geweest zou zijn. Cuypers opent ermee de deur naar zijn visie op het verleden, eerder dan naar het verleden zelf. In de negentiende eeuw was de historiserende bouw (bekend ook uit de scheppingen van de architecten Augustus Pugin en Viollet Le Duc) een veelvoorkomend fenomeen, juist om zich af te zetten tegen een cultuur van industrialisering, versnelling en stroomlijn. Veel mensen beschouwen iets dat oud oogt en visueel bekoorlijk is, als waarachtig. Dat is een klassieke denkfout: niet alles wat oud oogt, is ook heel oud. Zo zijn de parlementsgebouwen van het Verenigd Koninkrijk en Hongarije, veel minder oud dan ze ogen. Kasteel de Haar moet vooral gezien worden als een negentiende-eeuwse omgang met het (eerdere) verleden, een omgang die we nu historisch kunnen beschouwen. De (stal)deuren op deze foto representeren voor mij mogelijke werelden, geschapen op basis van kennis van en verbeelding over ‘vroeger’. In het werk van de (redelijk foute, want indoctrinerende) kinderboekenschrijver C.S. Lewis worden ook deuren (en kasten) naar andere werelden geopend. In een van de Narnia-boeken is sprake van een soort tussenwereld, vanwaar men in ontelbaar vele andere werelden terecht kan komen. Deze foto kan men ook zo beschouwen. De binnenplaats biedt toegang tot eindeloos veel interpretaties van het verleden. Zie voor meer over kasteel de Haar: kasteel-de-haar en het-kasteel-als-erfgoed Deze foto is gemaakt tijdens een nostalgische reis door Nederland. Voor meer locaties zie: een-nostalgische-reis-door-nederland Olivier Rieter
Foto: Maria Dekeling-Rieter Publieke Werken van Thomas Rosenboom gaat onder meer over een apotheek aan het einde van de negentiende eeuw. Hier zien we het interieur van een apotheek van rond 1900, in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. In zijn historische roman gebruikt Rosenboom ouderwetse woorden en roept hij een sfeer op van een tijd die vooral anders is dan de onze. De verfilming van de roman uit 2015 scoort een 6,7 op de Internet Movie Database en werd grotendeels in Hongarije opgenomen. Het is de geschapen sfeer van ‘vroeger’, meer dan het enigszins melodramatische verhaal die de film aantrekkelijk maakt. Ook de locatie in het Zuiderzeemuseum verplaatst je even naar ‘vroeger’. Ook hier wordt een sfeer opgeroepen. Waar Rosenbooms fictie tragisch is, wordt in de hier getoonde apotheek vooral een nostalgisch effect bewerkstelligd. In het museum is een klein stadje nagebouwd zoals het er aan het begin van de twintigste eeuw uit zou hebben gezien. Hiervoor werden deels authentieke behuizingen van over het Zuiderzeegebied naar Enkhuizen verplaatst en zo van een nieuwe context voorzien, vergelijkbaar met wat in het Arnhemse Openluchtmuseum voor heel Nederland is geschied. Wie als bezoeker over het terrein van het Zuiderzeemuseum loopt, loopt door een decor, zonder dat men zelf een rol speelt. Het museum toont zowel de eenvoud als de schoonheid van het leven uit de nagebootste tijd. Maar achteraf is het vooral de schoonheid die blijft in je herinnering. In die zin is de locatie zeer nostalgisch: het verleden wordt geïdealiseerd. Bezoekers begeven zich in een andere sfeer. Er wordt een coherent beeld getoond van ‘vroeger’, waaruit alle storende elementen zijn weg gefilterd, zodat er een locatie is ontstaan die meer trouw is aan het verleden dan het verleden zelf, wat in de vakliteratuur ‘hypnagogisch’ wordt genoemd. Het is gemakkelijk om laatdunkend te doen over een plek als het Zuiderzeemuseum, met verwijzing naar het kunstmatige, niet authentieke karakter van wat men ziet. Maar misschien kan een proces in iemands hoofd, net zo goed (of zelfs beter) worden opgeroepen door een constructie of nabootsing, dan door iets wat ‘echt’ zou zijn. Het is sowieso de vraag of er zaken bestaan die wel ‘echt’ zijn en of het erg is als het antwoord op die vraag ontkennend luidt. Voor meer over het Zuiderzeemuseum zie: het-zuiderzeemuseum. Voor Hypnagogie: nostalgie-en-muziek. Voor meer theorie: begrippen Deze foto is gemaakt tijdens een nostalgische reis door Nederland. Voor meer locaties zie: een-nostalgische-reis-door-nederland. |
Dit is een website van de Stichting Nostalgisch Erfgoed Hierboven zie je een deel van het interieur van slot Neuschwanstein in Beieren, een negentiende-eeuws 'middeleeuws' sprookjesslot. Op deze website staat dit type 'verledenheid' centraal.
Afbeelding: Wikimedia Commons, Joseph Albert Categories
All
|

RSS Feed