Bataviastad: op zoek naar een identiteit
Olivier Rieter
Foto's: Maria Dekeling
Toen ik met mijn reisgezelschap door Lelystad reed, vielen me de aanprijzingen die de gemeente langs de weg had geplaatst op: ‘Lelystad kent 17 kilometer kustlijn’, ‘Lelystad heeft een mountainbikeparcours van 30 kilometer’ en: ‘Lelystad is qua oppervlakte een van de grootste gemeentes van Nederland.’ Het leek me te gaan om een nogal krampachtige poging om aan te tonen dat Lelystad, in weerwil van wat men misschien dacht, toch echt wel de moeite waard is. Dergelijke uitingen komen voort uit een minderwaardigheidscomplex van een gemeenschap zonder geschiedenis.
Kan een stad zonder geschiedenis de moeite waard zijn en, zo niet, hoe kan men dan de geschiedenis naar de stad halen? Om deze vragen te beantwoorden bezochten we Bataviastad, een commerciële outlet met erbij ook het Nieuwland Erfgoedcentrum en de Batavia Scheepswerf, waar een replica van het VOC-schip de Batavia is gebouwd.
‘De’ Flevolander bestaat niet, zou men kunnen zeggen koningin Maxima parafraserend. Er bestaat nog niet zoiets als de Flevolandse identiteit of mentaliteit; er is geen Flevolands volkslied, geen Flevolands dialect, geen Flevolandse humor, geen Flevolandse verhaalcultuur, geen Flevolandse gemeenschappelijke geschiedenis.
Vooral dit laatste is relevant. Het is misschien zo dat elke vorm van identiteit gebaseerd is op een historisch fundament; pas als men een gemeenschappelijke geschiedenis heeft van een paar honderd jaar, kan er zoiets ontstaan als een regionaal saamhorigheidsbesef, zo lijkt het.
De bezochte locatie met werf, erfgoedcentrum en historiserende outlet, zorgt ervoor dat de provincie iets bijzonders herbergt. Er zijn meer van dergelijke initiatieven geweest: zo werd in Almere een kasteel gebouwd, dat onaf bleef en waren er plannen om in de provincie een berg van tweeduizend meter hoogte te bouwen, ten behoeve van wielerwedstrijden, Flevolandse klimklassiekers.
Voor het vormen van een gemeenschappelijke identiteit heeft men verwijzingen naar vroeger nodig. Een samenleving die geen band heeft met geschiedenis heeft het actief nodig om verledenheid te construeren. Bataviastad is er een voorbeeld van: het gaat natuurlijk om een commercieel gebeuren, maar het is zeker ook een plek die Flevolanders met een zekere trots zal vervullen. Dergelijke initiatieven geven een regio karakter.
Voor meer over leisure en nostalgie zie: esonstad
Olivier Rieter
Foto's: Maria Dekeling
Toen ik met mijn reisgezelschap door Lelystad reed, vielen me de aanprijzingen die de gemeente langs de weg had geplaatst op: ‘Lelystad kent 17 kilometer kustlijn’, ‘Lelystad heeft een mountainbikeparcours van 30 kilometer’ en: ‘Lelystad is qua oppervlakte een van de grootste gemeentes van Nederland.’ Het leek me te gaan om een nogal krampachtige poging om aan te tonen dat Lelystad, in weerwil van wat men misschien dacht, toch echt wel de moeite waard is. Dergelijke uitingen komen voort uit een minderwaardigheidscomplex van een gemeenschap zonder geschiedenis.
Kan een stad zonder geschiedenis de moeite waard zijn en, zo niet, hoe kan men dan de geschiedenis naar de stad halen? Om deze vragen te beantwoorden bezochten we Bataviastad, een commerciële outlet met erbij ook het Nieuwland Erfgoedcentrum en de Batavia Scheepswerf, waar een replica van het VOC-schip de Batavia is gebouwd.
‘De’ Flevolander bestaat niet, zou men kunnen zeggen koningin Maxima parafraserend. Er bestaat nog niet zoiets als de Flevolandse identiteit of mentaliteit; er is geen Flevolands volkslied, geen Flevolands dialect, geen Flevolandse humor, geen Flevolandse verhaalcultuur, geen Flevolandse gemeenschappelijke geschiedenis.
Vooral dit laatste is relevant. Het is misschien zo dat elke vorm van identiteit gebaseerd is op een historisch fundament; pas als men een gemeenschappelijke geschiedenis heeft van een paar honderd jaar, kan er zoiets ontstaan als een regionaal saamhorigheidsbesef, zo lijkt het.
De bezochte locatie met werf, erfgoedcentrum en historiserende outlet, zorgt ervoor dat de provincie iets bijzonders herbergt. Er zijn meer van dergelijke initiatieven geweest: zo werd in Almere een kasteel gebouwd, dat onaf bleef en waren er plannen om in de provincie een berg van tweeduizend meter hoogte te bouwen, ten behoeve van wielerwedstrijden, Flevolandse klimklassiekers.
Voor het vormen van een gemeenschappelijke identiteit heeft men verwijzingen naar vroeger nodig. Een samenleving die geen band heeft met geschiedenis heeft het actief nodig om verledenheid te construeren. Bataviastad is er een voorbeeld van: het gaat natuurlijk om een commercieel gebeuren, maar het is zeker ook een plek die Flevolanders met een zekere trots zal vervullen. Dergelijke initiatieven geven een regio karakter.
Voor meer over leisure en nostalgie zie: esonstad