Wikimedia Commons, James Archer, de dood van Koning Arthur. Een voorbeeld van de kunst van de preraffelieten.
Beeldende kunst en verledenheid
Olivier Rieter
In de beeldende kunst is het representeren van het verleden vanaf de Renaissance populair geweest, tot aan het begin van de twintigste eeuw. Vanaf dat moment werden kunstenaars die een thematiek van verledenheid gebruikten als onmodern gezien, als niet-vernieuwend. In abstracte kunst is het moeilijk om naar het verleden te verwijzen, beeldende kunst die naar 'vroeger' verwijst is per defintie figuratief en daarom volgens sommige waarnemers gedateerd. Tegelijkertijd kunnen figuratieve kunstenaars die in hun werk naar het verleden verwijzen, bij het algemene publiek heel populair zijn. Denk aan het werk van de Eindhovense schilder Cornelis Le Mair die schildert als een zeventiende eeuwer en die ook leeft in een historiserende omgeving.
In de Renaissance en barok waren het vooral Bijbelse thema's die het verleden behandelden. Vaak hulden de kunstenaars de figuren echter in min of meer eigentijdse dracht, het was in die tijd ook moeilijker om research te doen naar de juiste kleding en decorstukken die moesten passen bij de schildering. Rembrandt bracht de bijbel ook veelvuldig in beeld, maar hij kwam ook met thema's uit de mythologie. Ook kwam hij met historiestukken, zoals het beroemde doek over de samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis.
In de negentiende eeuw kende Europa de schilderbewegingen van de Nazarener en de prerafaellieten. Sommige van de schilders die tot deze bewegingen behoorden boekten veel succes, maar tegenwoordig zijn niet alle kunsthistorici er nog van onder de indruk, men redeneert dan dat kunstenaars die hun blik op het verleden richtten niet vernieuwend konden zijn.
In de twintigste en eenentwintigste eeuw heeft de historieschildering zijn functie verloren, net als de historiserende schoolplaat. Audiovisuele producties (films, series), strips en games hebben de rol van de beeldende kunst overgenomen. IN dergelijke cultuurproducten heeft het verleden vooral een amusementsfunctie en geen kunstzinnige functie.
Een historiserende kunstenaar uit de negentiende eeuw was Adrian Ludwig Richter. Zie: vorm-en-vertekening
Beeldende kunst en verledenheid
Olivier Rieter
In de beeldende kunst is het representeren van het verleden vanaf de Renaissance populair geweest, tot aan het begin van de twintigste eeuw. Vanaf dat moment werden kunstenaars die een thematiek van verledenheid gebruikten als onmodern gezien, als niet-vernieuwend. In abstracte kunst is het moeilijk om naar het verleden te verwijzen, beeldende kunst die naar 'vroeger' verwijst is per defintie figuratief en daarom volgens sommige waarnemers gedateerd. Tegelijkertijd kunnen figuratieve kunstenaars die in hun werk naar het verleden verwijzen, bij het algemene publiek heel populair zijn. Denk aan het werk van de Eindhovense schilder Cornelis Le Mair die schildert als een zeventiende eeuwer en die ook leeft in een historiserende omgeving.
In de Renaissance en barok waren het vooral Bijbelse thema's die het verleden behandelden. Vaak hulden de kunstenaars de figuren echter in min of meer eigentijdse dracht, het was in die tijd ook moeilijker om research te doen naar de juiste kleding en decorstukken die moesten passen bij de schildering. Rembrandt bracht de bijbel ook veelvuldig in beeld, maar hij kwam ook met thema's uit de mythologie. Ook kwam hij met historiestukken, zoals het beroemde doek over de samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis.
In de negentiende eeuw kende Europa de schilderbewegingen van de Nazarener en de prerafaellieten. Sommige van de schilders die tot deze bewegingen behoorden boekten veel succes, maar tegenwoordig zijn niet alle kunsthistorici er nog van onder de indruk, men redeneert dan dat kunstenaars die hun blik op het verleden richtten niet vernieuwend konden zijn.
In de twintigste en eenentwintigste eeuw heeft de historieschildering zijn functie verloren, net als de historiserende schoolplaat. Audiovisuele producties (films, series), strips en games hebben de rol van de beeldende kunst overgenomen. IN dergelijke cultuurproducten heeft het verleden vooral een amusementsfunctie en geen kunstzinnige functie.
Een historiserende kunstenaar uit de negentiende eeuw was Adrian Ludwig Richter. Zie: vorm-en-vertekening