Begrippen
Enkele termen geput uit het onderzoek naar nostalgie en verledenheid van dr. Olivier Rieter
Escapimodernisme is de overtreffende trap van het postmodernisme. We zoeken naar methoden om een bestaan te ontvluchten dat onvoldoende bekoring zou bieden. We leven steeds meer in alternatieve dimensies, voegen onze eigen irrealiteiten toe aan de werkelijkheid, waardoor extreme complexiteit ontstaat, een complexiteit waarin zaken als waarheid en feitelijkheid worden gerelativeerd.
Nostalgiseren is het actief aanbrengen van nostalgische effecten om in jezelf of een ander een positief gevoel aangaande het verleden op te wekken. Dit is het tegendeel van onverwachts door onwillekeurige nostalgie te worden overvallen, zoals Marcel Proust beschrijft.
Verledenheid (pastness) is het creatief representeren van het verleden in latere perioden, met name in het heden. Het gaat vooral om uitingen buiten de officiële geschiedschrijving. Erin wordt onofficiële kennis aangaande het verleden verspreid door middel van evocatie.
Plaatsen van verledenheid zijn plekken waar een versie van het verleden in het heden aan de bezoeker wordt getoond. Het gaat om een tussenvorm tussen plaatsen van herinnering (Pierre Nora) en plaatsen van de verbeelding (Stijn Reijnders)
Historische appropriatie is het je toe-eigenen van het verleden, niet om het verleden zelf, maar om een bepaald cultureel effect in het heden te bewerkstelligen. Uit de vergaarbak van het verleden (bijvoorbeeld beschikbaar via het internet) stelt men eigen kunstzinnige creaties van verledenheid samen.
De sociale archipel is de vorm van samenleven waarin mensen als eilandjes met elkaar verbonden zijn, via allerlei communicatiemiddelen. Er is geen werkelijke cohesie en waarachtige coherentie in een dergelijk bestaan.
Het onverdiepte heden is het heden van mensen zonder historisch besef, mensen die de gelaagdheid van de historische ontwikkelingen niet meenemen in hun interpretaties van de werkelijkheid. Zij kunnen zichzelf en hun samenleving daarom niet werkelijk begrijpen.
Een conceptuele mutatie ontstaat als twee of meer concepten met een verschillende begripsgeschiedenis vermengd raken: bijvoorbeeld melancholie en nostalgie. Dergelijke mutaties zijn voorbeelden van het steeds complexer worden van de werkelijkheid.
De nostalgische sensatie is een kunstmatig bewerkstelligde emotie voelen, die samenhangt met het geïdealiseerde vroeger. Waar de historische sensatie (Huizinga) authentiek zou zijn, is de nostalgische sensatie geconstrueerd.
Knipoogesthetiek is het ironisch genieten van de schoonheid van het verleden. Men toont door gevoel voor retro, dat men het verleden waardeert, maar ook dat men zich er verheven boven voelt, omdat men in het heden meer levenswijsheid zou hebben.
Een imper(ef)fect ontstaat als men bewust (vaak analoge) onvolkomenheden aanbrengt aan (digitale) zaken uit het heden. In een samenleving waarin alles perfect en wonderschoon zou zijn, heeft men behoefte aan zaken die dat niet zijn. Is de nostalgie van de toekomst de nostalgie naar onvolkomenheid?
Gesuikerde herinnering ontstaat als men bewust of onbewust schoonheid aan de herinneringen van zichzelf of de eigen groep toevoegt. Het gaat om het veraangenamen van geheugenfragmenten, die gecomponeerd worden in een verlokkelijke vorm.
Retorische nostalgie is het oproepen van nostalgie in anderen door inhoudelijke, stilistische en vormtechnische
middelen (beschrijvingen van gemeenschapszin, gebruik van kleur en emotie, archaïsche woorden) om deze anderen te bespelen.
Heraldiseren is het aantrekkelijk maken en markeren van identiteit, met kleur, symbolen, patronen of regionalia. Het gaat om tekensystemen met een decoratieve waarde. Met esthetiek wordt een positieve boodschap verkondigd: men presenteert zich aan de buitenwereld als bijzonder, veelal met een verwijzing naar het verleden, in thematiek en vormgeving.
De semiotische wandeling is een wandeling door een enigszins afgegrensde locatie (zoals een stadscentrum, themapark, open lucht museum, historisende wijk), waarin een bepaald verhaal dat 'verteld' wordt, dominant is. De meeste architetuur, ornamenten en details hebben dezelfde connotatie. Vaak gaat het om een connotatie van 'verledenheid'.