Dordrecht als prototype van de Hollandse stad
Olivier Rieter
Dordrecht geldt als een van de mooiste steden van de Randstad. De plaats, die vroeger Thuredrich heette, kreeg in de twaalfde eeuw stadsrechten en was rond 1400 de grootste stad van het graafschap Holland. In de zeventiende eeuw was Dordrecht mede bekend om een synode aldaar over de aard van het protestantisme. Uit Dordrecht komen de schilders Albert Cuyp en Ary Scheffer en de literator Kees Buddingh. Ook raadspensionaris Johan de Witt kwam uit de Zuid-Hollandse stad. Dordrecht bloeide in de Middeleeuwen als een handelsstad en een stapelplaats voor goederen. In wat volgt noteer ik enige indrukken die een bezoek aan de Dordtse binnenstad bij me opriepen.
Waterstad
Dordrecht is gelegen aan het water en kent vele havens, eerder dan grachten. Wie houdt van bruggen, pittoreske doorkijkjes met boten en de aanblik van stromen die een Hollandse stad eeuwen geleden tot bloei brachten dankzij de handel, vindt er wat van zijn gading. Een bezoek aan Dordecht doordringt je van het besef dat Nederland historisch gezien misschien veel geleden heeft onder de strijd met het water maar erdoor ook economische voorspoed heeft opgebouwd.
Lantaarnpalen
Mijn wandeling begon buiten het station. Het eerste dat mijn aandacht trok was een sierlijke lantaarnpaal. Ik vroeg mij af of deze verledenheid representeerde en meende van wel. Niet dat er vroeger lantaarnpalen zijn geweest als deze hieronder. Maar de krullerigheid van het ontwerp riep bij mij niet de associatie op van de moderniteit met zijn functionalisme. Het aanschouwen van deze lantaanpaal deed me deugd. In het centrum aangekomen stelde ik vast dat er daar andere
lantaarnpalen stonden die refereren aan ‘vroeger’: ongeveer een eeuw geleden. Zo lopen er verschillende verledens door elkaar want de monumentale binnenstad is veel ouder dan dat. Met het neerzetten van nostalgische lantaarnpalen draagt men bewust bij aan de historiserende sfeer van een plaats.
Gevelrijkdom
Toeristen zijn vaak geboeid door de gevels van de panden aan of vlakbij het water in Hollandse steden. Klokgevels, maar vooral ook trapgevels dragen er een ‘Nederlandsheid’ of ‘Hollandsheid’ uit. Wie een dergelijke gevel ziet denkt onmiddellijk aan ons land. De aanblik van trapgevelhuizen wordt nog eens versterkt met het plaatsen van kruisramen, muurankers en luiken. In Dordrecht zien we diverse trapgevelhuizen die je doen mijmeren over het leven in de zeventiende eeuw, over de schoonheid die men toen aanbracht in het stadslandschap, zo anders dan het hedendaagse bouwen, dat mensen onderdompelt in een bad van saaiheid, sfeerloosheid en functionalisme.
Markeringen van identiteit
Ik zag ook diverse vlaggen, borden en schilden. Die kunnen op een visueel bekoorlijke wijze bijdragen aan een gevoel van identiteit. Dit gevoel wordt kunstmatig opgewerkt; men zou kunnen opmerken dat dergelijke visuele prikkels ideologisch gezien niet geheel onverdacht zijn. Ze dragen bij aan plaatselijke trots en saamhorigheidsgevoel, maar in dergelijke lokale, regionale of nationale uitingen zit ook een gevaar: mensen die niet onder deze vlag (in letterlijke en figuurlijke zin) zijn te scharen, worden uitgesloten; er ontstaat een wij-zij-cultuur die tot haat van ‘het vreemde’ kan leiden (xenofobie).
De antropoloog Benedict Anderson schreef ooit over ingebeelde gemeenschappen; met name door de uitvinding van de boekdrukkunst zouden mensen zich, dankzij teksten, met elkaar verbonden hebben gevoeld, terwijl ze elkaar nooit ontmoet hadden; zo ontstond nationalisme, een bij uitstek kunstmatig fenomeen dat zijn ‘natuurlijkheid’ deels ontleent aan tekstuele communicatie maar ook aan beeldcommunicatie in de vorm van de genoemde vlaggen, borden en schilden. Zulke beeldcommunicatie bestaat mogelijk langer dan de verbondenheid van mensen op basis van taal (denk aan portretten van heersers op munten of martiale trots in een monument als de Zuil van Trajanus in Rome). Een dergelijke verbondenheid met andere mensen is an sich niet per se slecht, maar zeker ook niet per se goed.
Vormen van verledenheid
In Dordrecht zien we vele vormen van verledenheid: van de ouderwetse spelling van namen tot het aanbrengen van een deurklopper in tijden van hypercommunicatie. Het voormalige ‘oude manhuis’ is getooid met decoratieve versierselingen die refereren aan het vroegere. Ze stammen duidelijk niet uit de tijd dat dit gebouw werkelijk een toevluchtsoord voor bejaarde mannen was, maar ze dragen in hun decorativiteit (van zuiltjes tot beeldjes) een historiserende cultuur uit, een poging om aan te sluiten bij datgene dat wordt beschouwd als de bloei of essentie van de stad, de rijkdom uit een roemrucht verleden dat nooit meer zal terugkeren, maar wel gevierd kan worden.
Beelden
Het oprichten van monumenten voor beroemde zonen van de stad (beelden van vrouwen zien we in Nederland niet veel, op plompe beelden van koningin Wilhelmina na) hoort bij de Nederlandse herinneringscultuur. Op dergelijke locaties wordt gerefereerd aan grootheid uit het vroegere, aan mensen die het waard zouden zijn om bij stil te staan. Je zou je kunnen afvragen of een dergelijke ‘grote mannen’-cultuur nog van deze tijd is. Misschien tonen dergelijke beelden vooral hoe we een eeuw geleden omgingen met heldenverering. In de Dordtse binnenstad zien we beelden van de schilder Ary Scheffer en van de staatsmannen de gebroeders de Witt. Dergelijke beelden dragen bij aan de lokale identiteitsvorming, al zullen veel inwoners van de stad ze vooral zien als achtergrondsdecor waarbij ze niet stilstaan of als een plaats waartegen men fietsen kan parkeren.
Stadhuis
Een monumentaal stadhuis mag niet ontbreken in een plaats die aansluit bij de Nederlandse burgerlijkheidscultuur. Het Dordtse stadhuis dateert uit de veertiende eeuw, maar de huidige vorm kreeg het in de negentiende eeuw. We zien versierde en bekroonde zuilen, een ouderwetse klok en leeuwfiguren. Deze grauwgrijze leeuwen bewaken de toegangstrappen. Even waande ik me in een monochrome tekenfilm waarin de dieren tot leven zouden komen, als in een fantasyverhaal. Ook hier zien we identiteit stimulerende symboliek die deze locatie cachet geeft. Het stadhuis schijnt in trek te zijn bij trouwlustigen.
Dordrecht is het prototype van de Nederlandse historische stad met zijn toeristische vermarktbaarheid, zijn burgerlijkheidscultuur, zijn roemrucht handelsverleden, het belang dat er wordt en werd toegekend aan het water en ook met zijn trapgevels, beelden en andere monumenten. Omdat het centrum kleiner is dan bijvoorbeeld dat van Amsterdam, is hier misschien sprake van de essentie van waar ‘Holland’ voor staat.
Olivier Rieter
Dordrecht geldt als een van de mooiste steden van de Randstad. De plaats, die vroeger Thuredrich heette, kreeg in de twaalfde eeuw stadsrechten en was rond 1400 de grootste stad van het graafschap Holland. In de zeventiende eeuw was Dordrecht mede bekend om een synode aldaar over de aard van het protestantisme. Uit Dordrecht komen de schilders Albert Cuyp en Ary Scheffer en de literator Kees Buddingh. Ook raadspensionaris Johan de Witt kwam uit de Zuid-Hollandse stad. Dordrecht bloeide in de Middeleeuwen als een handelsstad en een stapelplaats voor goederen. In wat volgt noteer ik enige indrukken die een bezoek aan de Dordtse binnenstad bij me opriepen.
Waterstad
Dordrecht is gelegen aan het water en kent vele havens, eerder dan grachten. Wie houdt van bruggen, pittoreske doorkijkjes met boten en de aanblik van stromen die een Hollandse stad eeuwen geleden tot bloei brachten dankzij de handel, vindt er wat van zijn gading. Een bezoek aan Dordecht doordringt je van het besef dat Nederland historisch gezien misschien veel geleden heeft onder de strijd met het water maar erdoor ook economische voorspoed heeft opgebouwd.
Lantaarnpalen
Mijn wandeling begon buiten het station. Het eerste dat mijn aandacht trok was een sierlijke lantaarnpaal. Ik vroeg mij af of deze verledenheid representeerde en meende van wel. Niet dat er vroeger lantaarnpalen zijn geweest als deze hieronder. Maar de krullerigheid van het ontwerp riep bij mij niet de associatie op van de moderniteit met zijn functionalisme. Het aanschouwen van deze lantaanpaal deed me deugd. In het centrum aangekomen stelde ik vast dat er daar andere
lantaarnpalen stonden die refereren aan ‘vroeger’: ongeveer een eeuw geleden. Zo lopen er verschillende verledens door elkaar want de monumentale binnenstad is veel ouder dan dat. Met het neerzetten van nostalgische lantaarnpalen draagt men bewust bij aan de historiserende sfeer van een plaats.
Gevelrijkdom
Toeristen zijn vaak geboeid door de gevels van de panden aan of vlakbij het water in Hollandse steden. Klokgevels, maar vooral ook trapgevels dragen er een ‘Nederlandsheid’ of ‘Hollandsheid’ uit. Wie een dergelijke gevel ziet denkt onmiddellijk aan ons land. De aanblik van trapgevelhuizen wordt nog eens versterkt met het plaatsen van kruisramen, muurankers en luiken. In Dordrecht zien we diverse trapgevelhuizen die je doen mijmeren over het leven in de zeventiende eeuw, over de schoonheid die men toen aanbracht in het stadslandschap, zo anders dan het hedendaagse bouwen, dat mensen onderdompelt in een bad van saaiheid, sfeerloosheid en functionalisme.
Markeringen van identiteit
Ik zag ook diverse vlaggen, borden en schilden. Die kunnen op een visueel bekoorlijke wijze bijdragen aan een gevoel van identiteit. Dit gevoel wordt kunstmatig opgewerkt; men zou kunnen opmerken dat dergelijke visuele prikkels ideologisch gezien niet geheel onverdacht zijn. Ze dragen bij aan plaatselijke trots en saamhorigheidsgevoel, maar in dergelijke lokale, regionale of nationale uitingen zit ook een gevaar: mensen die niet onder deze vlag (in letterlijke en figuurlijke zin) zijn te scharen, worden uitgesloten; er ontstaat een wij-zij-cultuur die tot haat van ‘het vreemde’ kan leiden (xenofobie).
De antropoloog Benedict Anderson schreef ooit over ingebeelde gemeenschappen; met name door de uitvinding van de boekdrukkunst zouden mensen zich, dankzij teksten, met elkaar verbonden hebben gevoeld, terwijl ze elkaar nooit ontmoet hadden; zo ontstond nationalisme, een bij uitstek kunstmatig fenomeen dat zijn ‘natuurlijkheid’ deels ontleent aan tekstuele communicatie maar ook aan beeldcommunicatie in de vorm van de genoemde vlaggen, borden en schilden. Zulke beeldcommunicatie bestaat mogelijk langer dan de verbondenheid van mensen op basis van taal (denk aan portretten van heersers op munten of martiale trots in een monument als de Zuil van Trajanus in Rome). Een dergelijke verbondenheid met andere mensen is an sich niet per se slecht, maar zeker ook niet per se goed.
Vormen van verledenheid
In Dordrecht zien we vele vormen van verledenheid: van de ouderwetse spelling van namen tot het aanbrengen van een deurklopper in tijden van hypercommunicatie. Het voormalige ‘oude manhuis’ is getooid met decoratieve versierselingen die refereren aan het vroegere. Ze stammen duidelijk niet uit de tijd dat dit gebouw werkelijk een toevluchtsoord voor bejaarde mannen was, maar ze dragen in hun decorativiteit (van zuiltjes tot beeldjes) een historiserende cultuur uit, een poging om aan te sluiten bij datgene dat wordt beschouwd als de bloei of essentie van de stad, de rijkdom uit een roemrucht verleden dat nooit meer zal terugkeren, maar wel gevierd kan worden.
Beelden
Het oprichten van monumenten voor beroemde zonen van de stad (beelden van vrouwen zien we in Nederland niet veel, op plompe beelden van koningin Wilhelmina na) hoort bij de Nederlandse herinneringscultuur. Op dergelijke locaties wordt gerefereerd aan grootheid uit het vroegere, aan mensen die het waard zouden zijn om bij stil te staan. Je zou je kunnen afvragen of een dergelijke ‘grote mannen’-cultuur nog van deze tijd is. Misschien tonen dergelijke beelden vooral hoe we een eeuw geleden omgingen met heldenverering. In de Dordtse binnenstad zien we beelden van de schilder Ary Scheffer en van de staatsmannen de gebroeders de Witt. Dergelijke beelden dragen bij aan de lokale identiteitsvorming, al zullen veel inwoners van de stad ze vooral zien als achtergrondsdecor waarbij ze niet stilstaan of als een plaats waartegen men fietsen kan parkeren.
Stadhuis
Een monumentaal stadhuis mag niet ontbreken in een plaats die aansluit bij de Nederlandse burgerlijkheidscultuur. Het Dordtse stadhuis dateert uit de veertiende eeuw, maar de huidige vorm kreeg het in de negentiende eeuw. We zien versierde en bekroonde zuilen, een ouderwetse klok en leeuwfiguren. Deze grauwgrijze leeuwen bewaken de toegangstrappen. Even waande ik me in een monochrome tekenfilm waarin de dieren tot leven zouden komen, als in een fantasyverhaal. Ook hier zien we identiteit stimulerende symboliek die deze locatie cachet geeft. Het stadhuis schijnt in trek te zijn bij trouwlustigen.
Dordrecht is het prototype van de Nederlandse historische stad met zijn toeristische vermarktbaarheid, zijn burgerlijkheidscultuur, zijn roemrucht handelsverleden, het belang dat er wordt en werd toegekend aan het water en ook met zijn trapgevels, beelden en andere monumenten. Omdat het centrum kleiner is dan bijvoorbeeld dat van Amsterdam, is hier misschien sprake van de essentie van waar ‘Holland’ voor staat.