Openluchmuseum Ellert en Brammert, een verhalenwereld
Olivier Rieter
Foto's: Maria Dekeling
Drenthe is de provincie van de hunebedden, van plaggenhutten van turfstekers en van oude verhalen, zoals over de reuzen Ellert en Brammert. Al deze elementen spelen een rol in het verhaal dat wordt verteld in het Openluchtmuseum Ellert en Brammert in Schoonoord.
Het verhaal van beide reuzen is ook buiten de provinciegrenzen bekend, het is een van de kleurrijkste Nederlandse volksverhalen. Ellert en Brammert zouden reuzen en rovers zijn geweest, die het meisje Marieke uit Orvelterveen zeven jaar gevangen hielden in hun hol in erbarmelijke omstandigheden. Toen wist ze te ontsnappen en de reuzen zelfs uit te schakelen.
Bij de ingang van het museum zien we impressies van beide reuzen, waarbij opvalt dat Ellert en Brammert er minder afschrikwekkend uitzien als men zou hebben vermoed door het verhaal.
Wandelen door een verhaalWaar de poppen vooral kinderen zullen fascineren, spreken voor volwassenen de nagebouwde hutten van de turfstekers tot de verbeelding. Als men deze eenvoudige behuizingen ziet schrikt men van de eenvoud van het leven in de negentiende eeuw. Van de buitenkant hebben de hutten iets weg van hobbithuisjes, maar van binnen hebben ze niet de gezelligheid van ‘the shire’. Ook niet gezellig aan de binnenkant is de nagebouwde dorpsgevangenis die associaties oproept met ouderwetse schelmenromans waarin sympathieke rovers steeds opnieuw ontsnappen aan sukkelige politiemensen.
Door het hele museum zijn er verwijzingen te vinden naar de beide naamgevers: op vlaggen, schilderijen en borden. Ook dit zijn voorbeelden van het visualiseren van verhalen, om de identiteit van een plaats te markeren.
Interieurs
De interieurs van de gebouwen vertellen hun eigen verhaal. In de Oude Drentse Herberg nuttigde ik een pannenkoek en een kroes bier. Om mij heen had men een nostalgisch décor ingericht met ouderwetse huisraad, kasten en versierde muren. Zo werd ik welkom geheten in een locatie die het verleden ademde.
Ook een smidse aanschouwde ik aan de binnenkant. Mijn vader, die me vergezelde, vertelde me dat hij in zijn jeugd nog in dergelijke smiddsen is geweest in het Brabantse dorpje waar hij is opgegroeid. Het is een wereld van ambachtelijkheid die we hebben verloren. En het is precies het verhaal van dat verdwenen Nederland wordt verteld en veraanschouwlijkt op deze locatie in Drenthe.
Het meest fascinerend van de interieurs vond ik een opstelling van een oude kapperszaak. Je waant je er in een filmdecor. Het is een vervreemdende ervaring die iets oproept als de reeds vernoemde ‘nostalgische sensatie’, een kunstmatig opgeroepen aanraking door het mooie verleden.
Wie aan Drenthe en het verleden denkt, denkt al snel aan hunebedden. In de provincie zijn er zo’n 50 bewaard gebleven. In het verleden is er veel gespeculeerd over de functie van deze steenformaties en ook over hoe ze gebouwd zijn. Zo was er ooit een theorie dat ze gebouwd waren door reuzen (maar dan niet door Ellert en Brammert). In Schoonoord is een hunebed nagebouwd die niet helemaal op zijn plaats lijkt omdat deze naar een veel verder teruggelegen verleden verwijst dan de rest van het openluchtmuseum.
Hoe dan ook: ook dit hunebed voert je naar een verhaalwereld. In die zin maakt het niet uit of het authentiek is. Elk door mensenhanden of mensengeesten geschapen product heeft zijn eigen verhaal, niet alleen over de oorspronkelijke functie van het geschapene, maar ook aan de functies die eraan zijn gegeven in andere perioden. Het is voor een mens niet mogelijk om niet te associeren bij alles wat hij of zij ziet. Dit geschiedt veelal onbewust, maar het kan verrijkend zijn om soms stil te staan bij welk object uit de wereld dan ook: welke functies heeft het in de loop van de tijd gekend, in welke verhalen komen dergelijke objecten voor, voor welke mensen draagt een voorwerp bij aan de identiteit?
Voor een andere (voormalige) locatie van historiserende fictie zie: land-van-ooit
Olivier Rieter
Foto's: Maria Dekeling
Drenthe is de provincie van de hunebedden, van plaggenhutten van turfstekers en van oude verhalen, zoals over de reuzen Ellert en Brammert. Al deze elementen spelen een rol in het verhaal dat wordt verteld in het Openluchtmuseum Ellert en Brammert in Schoonoord.
Het verhaal van beide reuzen is ook buiten de provinciegrenzen bekend, het is een van de kleurrijkste Nederlandse volksverhalen. Ellert en Brammert zouden reuzen en rovers zijn geweest, die het meisje Marieke uit Orvelterveen zeven jaar gevangen hielden in hun hol in erbarmelijke omstandigheden. Toen wist ze te ontsnappen en de reuzen zelfs uit te schakelen.
Bij de ingang van het museum zien we impressies van beide reuzen, waarbij opvalt dat Ellert en Brammert er minder afschrikwekkend uitzien als men zou hebben vermoed door het verhaal.
Wandelen door een verhaalWaar de poppen vooral kinderen zullen fascineren, spreken voor volwassenen de nagebouwde hutten van de turfstekers tot de verbeelding. Als men deze eenvoudige behuizingen ziet schrikt men van de eenvoud van het leven in de negentiende eeuw. Van de buitenkant hebben de hutten iets weg van hobbithuisjes, maar van binnen hebben ze niet de gezelligheid van ‘the shire’. Ook niet gezellig aan de binnenkant is de nagebouwde dorpsgevangenis die associaties oproept met ouderwetse schelmenromans waarin sympathieke rovers steeds opnieuw ontsnappen aan sukkelige politiemensen.
Door het hele museum zijn er verwijzingen te vinden naar de beide naamgevers: op vlaggen, schilderijen en borden. Ook dit zijn voorbeelden van het visualiseren van verhalen, om de identiteit van een plaats te markeren.
Interieurs
De interieurs van de gebouwen vertellen hun eigen verhaal. In de Oude Drentse Herberg nuttigde ik een pannenkoek en een kroes bier. Om mij heen had men een nostalgisch décor ingericht met ouderwetse huisraad, kasten en versierde muren. Zo werd ik welkom geheten in een locatie die het verleden ademde.
Ook een smidse aanschouwde ik aan de binnenkant. Mijn vader, die me vergezelde, vertelde me dat hij in zijn jeugd nog in dergelijke smiddsen is geweest in het Brabantse dorpje waar hij is opgegroeid. Het is een wereld van ambachtelijkheid die we hebben verloren. En het is precies het verhaal van dat verdwenen Nederland wordt verteld en veraanschouwlijkt op deze locatie in Drenthe.
Het meest fascinerend van de interieurs vond ik een opstelling van een oude kapperszaak. Je waant je er in een filmdecor. Het is een vervreemdende ervaring die iets oproept als de reeds vernoemde ‘nostalgische sensatie’, een kunstmatig opgeroepen aanraking door het mooie verleden.
Wie aan Drenthe en het verleden denkt, denkt al snel aan hunebedden. In de provincie zijn er zo’n 50 bewaard gebleven. In het verleden is er veel gespeculeerd over de functie van deze steenformaties en ook over hoe ze gebouwd zijn. Zo was er ooit een theorie dat ze gebouwd waren door reuzen (maar dan niet door Ellert en Brammert). In Schoonoord is een hunebed nagebouwd die niet helemaal op zijn plaats lijkt omdat deze naar een veel verder teruggelegen verleden verwijst dan de rest van het openluchtmuseum.
Hoe dan ook: ook dit hunebed voert je naar een verhaalwereld. In die zin maakt het niet uit of het authentiek is. Elk door mensenhanden of mensengeesten geschapen product heeft zijn eigen verhaal, niet alleen over de oorspronkelijke functie van het geschapene, maar ook aan de functies die eraan zijn gegeven in andere perioden. Het is voor een mens niet mogelijk om niet te associeren bij alles wat hij of zij ziet. Dit geschiedt veelal onbewust, maar het kan verrijkend zijn om soms stil te staan bij welk object uit de wereld dan ook: welke functies heeft het in de loop van de tijd gekend, in welke verhalen komen dergelijke objecten voor, voor welke mensen draagt een voorwerp bij aan de identiteit?
Voor een andere (voormalige) locatie van historiserende fictie zie: land-van-ooit