Kwartierwapens van Johans van Steinhuis, Acht wapens op een blad, bij de wapens verschillende aantekeningen, onder de wapens de familienamen, Steinhaus, Voirt, Nideggen, Eerp, Horst, Pleis, Merwick en Eerp, Brabant-Collectie Tilburg University
'Blazoenering', 'heraldisering' en 'visualisering'
Heraldiek en nostalgie
Olivier Rieter
Inleiding
Veel mensen associëren heraldiek of wapenkunde met aloude tradities, overgeleverde waarden in een kleurrijke jas gestoken met veel gevoel voor symboliek en middeleeuwse schoonheid. In wat volgt komt de heraldische praktijk aan de orde, bezien met een nostalgische bril. Wat zegt het gebruik van heraldiek over onze manier van omgaan met het verleden? Hoe ontstaan wapenschilden en kan er gesproken worden van een proces van 'heraldiseren' in andere dan heraldische uitingen?
Geschiedenis
'Een familiewapen is NIET het voorrecht van personen van adel. Iedereen heeft het recht een eigen wapen te voeren', schrijft heraldiekkenner F. van Ettro aan het begin van de jaren tachtig,
Van Ettro stelt dat er wordt geput uit de visuele tradities als men voor zichzelf een wapen laat ontwerpen: 'Voor een familiewapen kieze men bij voorkeur figuren die in de Heraldiek van ouds in gebruik zijn. Zij worden in silhouet getekend, nooit in perspectief.' Bij het komen tot wapens is kennis van deze tradities belangrijk.
Er zijn bepaalde onderwerpen die in het verleden uit den boze: bijvoorbeeld het heilige, omdat dat niet strookte met strijdvaardigheid.. Van Ettro: 'Tijdens de bloeitijd van de heraldiek zou geen enkele ridder het in zijn hoofd gehaald hebben een heilige op zijn oorlogsschild af te beelden. Het strookte niet met zijn gevoel voor ridderlijkheid om zijn christelijke tegenstander te dwingen in te hakken op een schild met een heiligefiguur.'
Meer geschikt dan heiligen waren destijds mythische monsters: van de katwolf en de gevleugelde haas tot de meer gekende heraldische dieren: eenhoorn, draak, griffioen, basilisk en chimaera. Volgens de heraldiek historicus Rodney Dennys verschenen dergelijke fabeldieren relatief laat in de wapens van families en locaties., 'Most people tend to think of the fabulous and chimerical creatures of armory as typical creations of the medieval heralds, but we have seen that very few of them indeed were employed on shields or harnessed on badges or crests before the fourteenth century'
De ontwerpen moesten vrij eenvoudig zijn met contrasterende kleuren opdat ze van 250 meter herkenbaar zouden zijn, volgens heraldisch tekenaar Carl-Alexander von Volborth.
Volgens de Franse historicus Michel Pastoureau, bekend van zijn studies over kleuren, bestaan er vele onjuiste oorsprongsmythen aangaande heraldiek. Deze wordt wel in verband gebracht met de bijbel ( Adam en Noach zouden iets als wapenschilden hebben gehad) en de Antieke Oudheid (Alexander de Grote, Julius Caesar). In werkelijkheid heeft de heraldiek geen antieke of oriëntaalse oorsprong. Ook verwijst de heraldiek niet naar de Germaanse runentekens, maar stamt deze uit de Europese Middeleeuwen en wel uit de twaalfde eeuw. Het ging erbij om de herkenbaarheid in de strijd: door banieren en heraldische figuren was het duidelijk met wie men specifiek aan het vechten was in een strijdperk. Heraldiek toont vooral geometrische patronen en dierfiguren en ook wel florale motieven. Heraldiek verwijst naar heraut, voor boodschapper (van het Germaanse Heriwald). Herauten waren in dienst van steden, toernooigenootschappen, maar zeker ook van prinsen en koningen.
Blazoenering
Blazoenering is volgens Von Volborth een vorm van 'vaktaal die gebezigd wordt bij het beschrijven van wapens zó, dat een heraldisch tekenaar in staat is zich het wapen voor te stellen en het dan correct af te beelden'. Het gaat er hierbij dus om dat de tekenaar begrijpt wat de opdrachtgever bedoelt. Daarom moet de communicatie vooral duidelijk en nauwkeurig zijn. Pastoureau stelt dat heraldiek zijn eigen grammatica of wijze van codering kent. Heraldische tekenaars zijn bekend met allerlei regels en beeldconventies. Zij weten bijvoorbeeld dat in schilden de kleur groen in alle tijdperken relatief weinig voor komten. In de middeleeuwen was rood in Europa het meest gebruikt. In de Nederlanden zien we veel leeuwen in de schilden. Deze leeuwen worden niet naturalistisch getoond, vaak staand op de achterpoten en en profiel. Plantmotieven zien we hooguit in 5% van de blazoenen.
Heraldisering
Heraldiek verwijst zoals opgemerkt naar de het functioneren van de heraut. Het gaat om het communiceren van een boodschap die aantrekkelijk wordt gepresenteerd. Wanneer dergelijke blazoenering wordt ingezet buiten de heraldiek, zou men kunnen spreken van heraldisering. Heraldiseren is het aantrekkelijk maken en markeren van identiteit, met kleur, symbolen, patronen of regionalia. Het gaat om tekensystemen met een decoratieve waarde. Met esthetiek wordt een positieve boodschap verkondigd: men presenteert zich aan de buitenwereld als bijzonder, veelal met een verwijzing naar het verleden, in thematiek en vormgeving. De beeldmerkcultuur zien we niet alleen in de heraldiek in enge zin, maar ook in de uitingen van ondernemingen: van wijnetiket tot bedrijfslogo.
Ook vlaggen, toeristische borden, (post)zegels, munten en religieuze tekens zijn vormen van heraldisering, als schoon getoonde communicatie. Pastoureau spreekt van de ongekend melancholische dimensie van de westerse emblemata. Erin wordt geput uit de visuele tradities, uit reservoirs van symbolische schoonheid.
Visualisering
Blazoenering en heraldisering zijn vormen van visualisering. Visualisering is het in beelden vatten van ideeën en wensen. Het kan gaan om het in de toekomst projecteren van een begeerd doel. Denk aan topsporters die hun aanstaande overwinningen al voor zich zien. Visualiseren kan echter ook betrekking hebben op het verleden. Dan maakt men een verleden werkelijkheid opnieuw toonbaar, maakt men 'vroeger' vatbaar voor communicatie. Bij nostalgische visualisering van het verleden gaat het om het oproepen van een gedroomd verleden. Esthetiek wordt erin aan het archaïsche gekoppeld. Het verwijzen naar de kleurrijkheid van het eigen erfgoed is een nostalgische praktijk, waarin men het verleden op zijn voordeligst probeert te tonen. Het is een vorm van nostalgisering, het scheppen van een nostalgisch effect om een positieve emotie in de beeldconsument op te roepen.
De hier besproken thematiek heeft te maken met semiotiek. Zie daarover: semiotisch-spinrag
Literatuur
R. Dennys, The heraldic imagination (1975)
F. van Ettro, Iets over de heraldiek in samenhang met de geschiedenis van Brabant (1983)
M. Pastoureau, Figures de l'heraldique (1996)
M. Pastoureau, l'Art héraldique au Moyen Âge (2009)
M. Pastoureau en J. Hubert, Traité d'Héraldique (1979/1993)
C-A. Von Volborth, Heraldiek (1983)
'Blazoenering', 'heraldisering' en 'visualisering'
Heraldiek en nostalgie
Olivier Rieter
Inleiding
Veel mensen associëren heraldiek of wapenkunde met aloude tradities, overgeleverde waarden in een kleurrijke jas gestoken met veel gevoel voor symboliek en middeleeuwse schoonheid. In wat volgt komt de heraldische praktijk aan de orde, bezien met een nostalgische bril. Wat zegt het gebruik van heraldiek over onze manier van omgaan met het verleden? Hoe ontstaan wapenschilden en kan er gesproken worden van een proces van 'heraldiseren' in andere dan heraldische uitingen?
Geschiedenis
'Een familiewapen is NIET het voorrecht van personen van adel. Iedereen heeft het recht een eigen wapen te voeren', schrijft heraldiekkenner F. van Ettro aan het begin van de jaren tachtig,
Van Ettro stelt dat er wordt geput uit de visuele tradities als men voor zichzelf een wapen laat ontwerpen: 'Voor een familiewapen kieze men bij voorkeur figuren die in de Heraldiek van ouds in gebruik zijn. Zij worden in silhouet getekend, nooit in perspectief.' Bij het komen tot wapens is kennis van deze tradities belangrijk.
Er zijn bepaalde onderwerpen die in het verleden uit den boze: bijvoorbeeld het heilige, omdat dat niet strookte met strijdvaardigheid.. Van Ettro: 'Tijdens de bloeitijd van de heraldiek zou geen enkele ridder het in zijn hoofd gehaald hebben een heilige op zijn oorlogsschild af te beelden. Het strookte niet met zijn gevoel voor ridderlijkheid om zijn christelijke tegenstander te dwingen in te hakken op een schild met een heiligefiguur.'
Meer geschikt dan heiligen waren destijds mythische monsters: van de katwolf en de gevleugelde haas tot de meer gekende heraldische dieren: eenhoorn, draak, griffioen, basilisk en chimaera. Volgens de heraldiek historicus Rodney Dennys verschenen dergelijke fabeldieren relatief laat in de wapens van families en locaties., 'Most people tend to think of the fabulous and chimerical creatures of armory as typical creations of the medieval heralds, but we have seen that very few of them indeed were employed on shields or harnessed on badges or crests before the fourteenth century'
De ontwerpen moesten vrij eenvoudig zijn met contrasterende kleuren opdat ze van 250 meter herkenbaar zouden zijn, volgens heraldisch tekenaar Carl-Alexander von Volborth.
Volgens de Franse historicus Michel Pastoureau, bekend van zijn studies over kleuren, bestaan er vele onjuiste oorsprongsmythen aangaande heraldiek. Deze wordt wel in verband gebracht met de bijbel ( Adam en Noach zouden iets als wapenschilden hebben gehad) en de Antieke Oudheid (Alexander de Grote, Julius Caesar). In werkelijkheid heeft de heraldiek geen antieke of oriëntaalse oorsprong. Ook verwijst de heraldiek niet naar de Germaanse runentekens, maar stamt deze uit de Europese Middeleeuwen en wel uit de twaalfde eeuw. Het ging erbij om de herkenbaarheid in de strijd: door banieren en heraldische figuren was het duidelijk met wie men specifiek aan het vechten was in een strijdperk. Heraldiek toont vooral geometrische patronen en dierfiguren en ook wel florale motieven. Heraldiek verwijst naar heraut, voor boodschapper (van het Germaanse Heriwald). Herauten waren in dienst van steden, toernooigenootschappen, maar zeker ook van prinsen en koningen.
Blazoenering
Blazoenering is volgens Von Volborth een vorm van 'vaktaal die gebezigd wordt bij het beschrijven van wapens zó, dat een heraldisch tekenaar in staat is zich het wapen voor te stellen en het dan correct af te beelden'. Het gaat er hierbij dus om dat de tekenaar begrijpt wat de opdrachtgever bedoelt. Daarom moet de communicatie vooral duidelijk en nauwkeurig zijn. Pastoureau stelt dat heraldiek zijn eigen grammatica of wijze van codering kent. Heraldische tekenaars zijn bekend met allerlei regels en beeldconventies. Zij weten bijvoorbeeld dat in schilden de kleur groen in alle tijdperken relatief weinig voor komten. In de middeleeuwen was rood in Europa het meest gebruikt. In de Nederlanden zien we veel leeuwen in de schilden. Deze leeuwen worden niet naturalistisch getoond, vaak staand op de achterpoten en en profiel. Plantmotieven zien we hooguit in 5% van de blazoenen.
Heraldisering
Heraldiek verwijst zoals opgemerkt naar de het functioneren van de heraut. Het gaat om het communiceren van een boodschap die aantrekkelijk wordt gepresenteerd. Wanneer dergelijke blazoenering wordt ingezet buiten de heraldiek, zou men kunnen spreken van heraldisering. Heraldiseren is het aantrekkelijk maken en markeren van identiteit, met kleur, symbolen, patronen of regionalia. Het gaat om tekensystemen met een decoratieve waarde. Met esthetiek wordt een positieve boodschap verkondigd: men presenteert zich aan de buitenwereld als bijzonder, veelal met een verwijzing naar het verleden, in thematiek en vormgeving. De beeldmerkcultuur zien we niet alleen in de heraldiek in enge zin, maar ook in de uitingen van ondernemingen: van wijnetiket tot bedrijfslogo.
Ook vlaggen, toeristische borden, (post)zegels, munten en religieuze tekens zijn vormen van heraldisering, als schoon getoonde communicatie. Pastoureau spreekt van de ongekend melancholische dimensie van de westerse emblemata. Erin wordt geput uit de visuele tradities, uit reservoirs van symbolische schoonheid.
Visualisering
Blazoenering en heraldisering zijn vormen van visualisering. Visualisering is het in beelden vatten van ideeën en wensen. Het kan gaan om het in de toekomst projecteren van een begeerd doel. Denk aan topsporters die hun aanstaande overwinningen al voor zich zien. Visualiseren kan echter ook betrekking hebben op het verleden. Dan maakt men een verleden werkelijkheid opnieuw toonbaar, maakt men 'vroeger' vatbaar voor communicatie. Bij nostalgische visualisering van het verleden gaat het om het oproepen van een gedroomd verleden. Esthetiek wordt erin aan het archaïsche gekoppeld. Het verwijzen naar de kleurrijkheid van het eigen erfgoed is een nostalgische praktijk, waarin men het verleden op zijn voordeligst probeert te tonen. Het is een vorm van nostalgisering, het scheppen van een nostalgisch effect om een positieve emotie in de beeldconsument op te roepen.
De hier besproken thematiek heeft te maken met semiotiek. Zie daarover: semiotisch-spinrag
Literatuur
R. Dennys, The heraldic imagination (1975)
F. van Ettro, Iets over de heraldiek in samenhang met de geschiedenis van Brabant (1983)
M. Pastoureau, Figures de l'heraldique (1996)
M. Pastoureau, l'Art héraldique au Moyen Âge (2009)
M. Pastoureau en J. Hubert, Traité d'Héraldique (1979/1993)
C-A. Von Volborth, Heraldiek (1983)