Verledenheid in het verdwenen Land van Ooit
Olivier Rieter
Foto's: Jappie Sytema
Als kind was ik net te oud om Het Land van Ooit te bezoeken toen het attractiepark in 1989 in het Brabantse Drunen werd opgestart. Met mijn jongste zus fantaseerde ik er in de loop van de jaren tachtig over dat we een park met het thema ‘Middeleeuwen’ zouden openen. We fantaseerden er over dat we landerijen zouden opkopen en dat we er in een fictieve middeleeuwse wereld zouden wonen en als Robin Hood en Maid Marion mensen zouden ‘overvallen’ vanuit bomen. Toen Het Land van Ooit opende voelde ik enige wrevel. Dit was het soort land dat ikzelf had willen stichten. Dat verklaart misschien waarom ik veel later, toen ik bezig was met een proefschrift over nostalgie in Noord-Brabant, in eerste instantie negatief oordeelde over dit wonderlijke, inmiddels al lang failliete park.
Het Land van Ooit is dus niet meer te bezoeken, wel geven filmpjes op Youtube een beeld van het voormalige park. Op deze locatie waren het de attractanten die de wereld tot leven brachten, meer dan de aankleding van het ‘Ooit.’ Het speelse element van Het Land van Ooit was zijn bestaansgrond; er werd een verleden uitgebeeld, uitgewerkt, veruiterlijkt. Het ging om een vrolijke variant van ‘vroeger’, waarbij er een koppeling werd gemaakt tussen een plaats en verbeelding, een koppeling ook tussen het onspecifieke verleden en acteurs. De wisselwerking die optrad tussen de jonge bezoekers en de kleurrijk uitgedoste medewerkers van het park was de kracht van Het Land van Ooit. Wie nu door locatie dwaalt, zal daarom weinig meer ervaren van waar het park voor stond.
In de locatie in Drunen ging het om het menselijke aspect, meer dan om de beleving van gebouwen en architectonische details. Er werd een kleurrijk beeld van een niet benoemde tijd getoond, een sprookje, eerder dan een geschiedrepresentatie. Een traditionele historicus miste er feitelijkheid, maar de jonge belevingsconsument kon er waren door een historiserende fantasie.
Olivier Rieter
Foto's: Jappie Sytema
Als kind was ik net te oud om Het Land van Ooit te bezoeken toen het attractiepark in 1989 in het Brabantse Drunen werd opgestart. Met mijn jongste zus fantaseerde ik er in de loop van de jaren tachtig over dat we een park met het thema ‘Middeleeuwen’ zouden openen. We fantaseerden er over dat we landerijen zouden opkopen en dat we er in een fictieve middeleeuwse wereld zouden wonen en als Robin Hood en Maid Marion mensen zouden ‘overvallen’ vanuit bomen. Toen Het Land van Ooit opende voelde ik enige wrevel. Dit was het soort land dat ikzelf had willen stichten. Dat verklaart misschien waarom ik veel later, toen ik bezig was met een proefschrift over nostalgie in Noord-Brabant, in eerste instantie negatief oordeelde over dit wonderlijke, inmiddels al lang failliete park.
Het Land van Ooit is dus niet meer te bezoeken, wel geven filmpjes op Youtube een beeld van het voormalige park. Op deze locatie waren het de attractanten die de wereld tot leven brachten, meer dan de aankleding van het ‘Ooit.’ Het speelse element van Het Land van Ooit was zijn bestaansgrond; er werd een verleden uitgebeeld, uitgewerkt, veruiterlijkt. Het ging om een vrolijke variant van ‘vroeger’, waarbij er een koppeling werd gemaakt tussen een plaats en verbeelding, een koppeling ook tussen het onspecifieke verleden en acteurs. De wisselwerking die optrad tussen de jonge bezoekers en de kleurrijk uitgedoste medewerkers van het park was de kracht van Het Land van Ooit. Wie nu door locatie dwaalt, zal daarom weinig meer ervaren van waar het park voor stond.
In de locatie in Drunen ging het om het menselijke aspect, meer dan om de beleving van gebouwen en architectonische details. Er werd een kleurrijk beeld van een niet benoemde tijd getoond, een sprookje, eerder dan een geschiedrepresentatie. Een traditionele historicus miste er feitelijkheid, maar de jonge belevingsconsument kon er waren door een historiserende fantasie.