Medievalisme is de representatie van de Middeleeuwen (500-1500) in latere perioden. Het kan gaan om representaties waar waarachtigheid wordt nagestreefd, maar ook om verledenachtige uitingen, waarin met zwaarden en dracht een effect wordt bewerkstelligd dat de beeldconsumenten met de Middeleeuwen associeren.
De schrijver en wetenschapper Umberto Eco schreef ooit over tien verschillende soorten Middeleeuwen. Wat Eco hierrmee wilde zeggen is dat de hedendaagse visie op de periode, die liep van ongeveer 500-1500, de representatie van het tijdperk kleurt. Men kan er ironisch naar kijken, maar men kan de genoemde duizend jaar ook zien als een romantische, een barbaarse of een decadente periode. De een denkt bij het woord Middeleeuwen aan Monty Python and the Holy Grail, de ander aan bloedige kruistochten en bijgeloof. Geen mens heeft precies hetzelfde beeld van de Middeleeuwen. In de negentiende eeuw werden de Middeleeuwen geïdealiseerd. Dat was juist zo omdat in de periode van de Industriële Revolutie het leven van veel mensen ingrijpend veranderde. Men wendde de blik naar het verleden als een vorm van vlucht. Veel mensen hadden het gevoel dat ze niet meer meekonden in tijden van grauwe verstedelijking, massacommunicatie en massaproductie.
De romantiek van de strijd
De Middeleeuwen vormden een periode die veel mensen in het tijdperk van onpersoonlijk, industrieel kapitalisme associeerden met ridderlijkheid, bonte kleuren en mooie gebouwen. Deze visie op de Middeleeuwen bestaat ook nog in onze tijd en is totaal in strijd met zeer grimmige middeleeuwenachtige verhalen als Game of Thrones. Die kan men er tegenover plaatsen. Er bestaan dus vele versies van de Middeleeuwen naast elkaar. Het gaat niet meer om ‘de’ Middeleeuwen maar eerder om ‘een’ Middeleeuwen, een gekozen variant ervan, bezien door een bepaalde bril. Een voorbeeld van de geïdealiseerde Middeleeuwen is het naspelen van het tijdperk door zogenoemde living history groepen. Men verheerlijkt de kleuren van de kleding van edelen en jonkvrouwen en zwijmelt bij iets als ‘de romantiek van de strijd’, bij de toernooien met vaandels, pluimen en livrei. Deze cultus van ridderlijkheid stond in de Middeleeuwen ook voor de veronderstelde ongelijkheid tussen de edelen en de horigen en tussen mannen en vrouwen. Maar daar wordt in dergelijke latere representaties vaak niet de nadruk op gelegd. De bonte Middeleeuwen herinneren dan aan het carnaval of de schuttersgilden.
Het naspelen van riddertoernooien of andere vormen van strijd, is ontdaan van het reële risico, de angst en de ontbering die er in de bronperiode wel met gevechten verbonden waren. Het gaat om een geësthetiseerd wapenspel, dat de deelnemers niet zozeer iets leert over het verleden, maar eerder over zijn of haar wensen in het heden. Waarom verlangt men zo sterk naar deze verledenachtigheid?
De schrijver en wetenschapper Umberto Eco schreef ooit over tien verschillende soorten Middeleeuwen. Wat Eco hierrmee wilde zeggen is dat de hedendaagse visie op de periode, die liep van ongeveer 500-1500, de representatie van het tijdperk kleurt. Men kan er ironisch naar kijken, maar men kan de genoemde duizend jaar ook zien als een romantische, een barbaarse of een decadente periode. De een denkt bij het woord Middeleeuwen aan Monty Python and the Holy Grail, de ander aan bloedige kruistochten en bijgeloof. Geen mens heeft precies hetzelfde beeld van de Middeleeuwen. In de negentiende eeuw werden de Middeleeuwen geïdealiseerd. Dat was juist zo omdat in de periode van de Industriële Revolutie het leven van veel mensen ingrijpend veranderde. Men wendde de blik naar het verleden als een vorm van vlucht. Veel mensen hadden het gevoel dat ze niet meer meekonden in tijden van grauwe verstedelijking, massacommunicatie en massaproductie.
De romantiek van de strijd
De Middeleeuwen vormden een periode die veel mensen in het tijdperk van onpersoonlijk, industrieel kapitalisme associeerden met ridderlijkheid, bonte kleuren en mooie gebouwen. Deze visie op de Middeleeuwen bestaat ook nog in onze tijd en is totaal in strijd met zeer grimmige middeleeuwenachtige verhalen als Game of Thrones. Die kan men er tegenover plaatsen. Er bestaan dus vele versies van de Middeleeuwen naast elkaar. Het gaat niet meer om ‘de’ Middeleeuwen maar eerder om ‘een’ Middeleeuwen, een gekozen variant ervan, bezien door een bepaalde bril. Een voorbeeld van de geïdealiseerde Middeleeuwen is het naspelen van het tijdperk door zogenoemde living history groepen. Men verheerlijkt de kleuren van de kleding van edelen en jonkvrouwen en zwijmelt bij iets als ‘de romantiek van de strijd’, bij de toernooien met vaandels, pluimen en livrei. Deze cultus van ridderlijkheid stond in de Middeleeuwen ook voor de veronderstelde ongelijkheid tussen de edelen en de horigen en tussen mannen en vrouwen. Maar daar wordt in dergelijke latere representaties vaak niet de nadruk op gelegd. De bonte Middeleeuwen herinneren dan aan het carnaval of de schuttersgilden.
Het naspelen van riddertoernooien of andere vormen van strijd, is ontdaan van het reële risico, de angst en de ontbering die er in de bronperiode wel met gevechten verbonden waren. Het gaat om een geësthetiseerd wapenspel, dat de deelnemers niet zozeer iets leert over het verleden, maar eerder over zijn of haar wensen in het heden. Waarom verlangt men zo sterk naar deze verledenachtigheid?