ziBroodhuis Brussel, AW58 Wikimedia Commons
De neogotiek
Olivier Rieter
De neogotiek was een bouwstijl die populair was vanaf het einde van de achttiende eeuw (Verenigd Koninkrijk) en in de negentiende eeuw (rest van Europa). In de neogotiek werd verwezen naar de (laat)middeleeuwse gotische stijl, vooral bekend van kerkenbouw. De negentiende-eeuwse neogotiek suggereerde continuïteit met het verleden (de middeleeuwen) die er in feite niet was. Door te verwijzen naar de Middeleeuwen, blikte men onder meer terug op een Europa dat nog homogeen katholiek was. In sommige (deels) protestantse landen was men daarom niet wild enthousiast over de neogotiek. De Nederlandse architect Pierre Cuypers kreeg veel kritiek naar aanleiding van sommige van zijn bouwwerken in deze stijl die teruggreep op een uitbundige vormentaal van voor de reformatie.
In de neogotische stijl zien we onder meer ribgewelven, pinakels, kantelen en kruisramen. Bekende architecten in deze stijl waren onder meer Augustus Pugin (bekend van Westminster) en Viollet-le-Duc (onder meer bekend van zijn restauratie van de Notre Dame in Parijs).
De neogotische stijl zien we vooral in kerkgebouwen, maar ook in negentiende-eeuwse kastelen, parlementsgebouwen (Boedapest),stations (Valkenburg) en universiteitsgebouwen.
Waar de gotiek een vorm is van survival: het overgeleverd zijn uit het verleden, zijn neogotische gebouwen revivals, herlevingen. Doordat deze herlevingen inmiddels ook tot het verleden behoren (de bloei van de neogotiek was rond 1900 wel voorbij) zijn de revivals survivals geworden, die de mentaliteit van de negentiende eeuw en het omgaan met het verleden in die eeuw, weerspiegelen. Wie inzicht wil krijgen in deze mentaliteit van 'vroeger' moet ook aandacht hebben voor de wijze waarop in een periode met verder terug gelegen verledens werd omgegaan, hoe het verleden een plaats en functie werden toegekend.
Verledenheid heeft zelf ook een geschiedenis. Daarom moet men stijlen als de neogotiek niet simpelweg afdoen als inauthentiek. Ze vertellen niet zozeer iets over de late Middeleeuwen, maar over de nawerking ervan in de moderne tijd. In de moderniteit was het teruggrijpen op de vormentaal van 'vroeger' een coping mechanisme, een manier om om te gaan met grote veranderingen, juist door de vermeende vertrouwdheid van het verleden op te zoeken. Een verleden dat coherenter en minder jachtig zou zijn geweest.
Voor meer over achitectuur en nostalgie zie: architectuur
De neogotiek
Olivier Rieter
De neogotiek was een bouwstijl die populair was vanaf het einde van de achttiende eeuw (Verenigd Koninkrijk) en in de negentiende eeuw (rest van Europa). In de neogotiek werd verwezen naar de (laat)middeleeuwse gotische stijl, vooral bekend van kerkenbouw. De negentiende-eeuwse neogotiek suggereerde continuïteit met het verleden (de middeleeuwen) die er in feite niet was. Door te verwijzen naar de Middeleeuwen, blikte men onder meer terug op een Europa dat nog homogeen katholiek was. In sommige (deels) protestantse landen was men daarom niet wild enthousiast over de neogotiek. De Nederlandse architect Pierre Cuypers kreeg veel kritiek naar aanleiding van sommige van zijn bouwwerken in deze stijl die teruggreep op een uitbundige vormentaal van voor de reformatie.
In de neogotische stijl zien we onder meer ribgewelven, pinakels, kantelen en kruisramen. Bekende architecten in deze stijl waren onder meer Augustus Pugin (bekend van Westminster) en Viollet-le-Duc (onder meer bekend van zijn restauratie van de Notre Dame in Parijs).
De neogotische stijl zien we vooral in kerkgebouwen, maar ook in negentiende-eeuwse kastelen, parlementsgebouwen (Boedapest),stations (Valkenburg) en universiteitsgebouwen.
Waar de gotiek een vorm is van survival: het overgeleverd zijn uit het verleden, zijn neogotische gebouwen revivals, herlevingen. Doordat deze herlevingen inmiddels ook tot het verleden behoren (de bloei van de neogotiek was rond 1900 wel voorbij) zijn de revivals survivals geworden, die de mentaliteit van de negentiende eeuw en het omgaan met het verleden in die eeuw, weerspiegelen. Wie inzicht wil krijgen in deze mentaliteit van 'vroeger' moet ook aandacht hebben voor de wijze waarop in een periode met verder terug gelegen verledens werd omgegaan, hoe het verleden een plaats en functie werden toegekend.
Verledenheid heeft zelf ook een geschiedenis. Daarom moet men stijlen als de neogotiek niet simpelweg afdoen als inauthentiek. Ze vertellen niet zozeer iets over de late Middeleeuwen, maar over de nawerking ervan in de moderne tijd. In de moderniteit was het teruggrijpen op de vormentaal van 'vroeger' een coping mechanisme, een manier om om te gaan met grote veranderingen, juist door de vermeende vertrouwdheid van het verleden op te zoeken. Een verleden dat coherenter en minder jachtig zou zijn geweest.
Voor meer over achitectuur en nostalgie zie: architectuur