Lutz Peter Wikimedia Commons
Het verbeterde verleden
‘Verledenheid’ en Netflix
Olivier Rieter
Wie spreekt over de gek die denkt dat hij Napoleon is, bezigt een van ’s werelds grootste clichés. Met dit cliché over grootheidswaan wordt gespeeld in de titel van een documentaire die te zien is op de streaming dienst Netflix: Being Napoleon. Deze film gaat over het naspelen van de napoleontische geschiedenis. Twee mannen worden gevolgd die allebei de zelfbenoemde keizer Napoleon verbeelden bij grote nabootsingen van veldslagen en marsen. Een van beiden zal uiteindelijk worden gekozen tot de ‘echte’ Napoleonverbeelder.
Het naspelen van de geschiedenis wordt reenactment genoemd. Historici kijken soms met verbazing naar deze vorm van publieksgeschiedenis: zij vragen zich af wat mensen die het verleden naspelen nu werkelijk beleven. Een veldslag laat zich maar in beperkte zin nabootsen, omdat in zo’n naleving dodelijke slachtoffers natuurlijk voorkomen moeten worden, waarmee de essentie van het slagveld (volgens sommigen is ‘slachtveld’ adequater) verloren gaat. In die zin is er bij reenactment sprake van een verbeterd verleden: ontberingen, onheil, bloeddorst en stank worden niet aan den lijve ervaren door de living history adepten. Het gaat om een zintuiglijke, lichamelijk gevoelde verbetering van het verleden. De grootste ongemakken zijn uit dit naspelen van het verleden weg gefilterd.
Er bestaan nog minstens twee andere vormen van ‘verbetering’ van het ‘vroeger’: imaginaire/esthetische verbetering en morele verbetering. Deze twee reparaties aan het verleden vormen het onderwerp van wat hierna volgt. In welke relatie staan dergelijke vormen van ‘verledenheid’ (een vertaling van het steeds meer gebruikte Engelse begrip ‘pastness’) tot de geschiedbeoefening? Ik bespreek om dit te onderzoeken twee films en twee series, speciaal gemaakt voor Netflix.
Verledenheid
Verledenheid (of verledenachtigheid) is het fantasievolle omgaan met het verleden in het heden. Men wordt naar een rijk van de verbeelding gevoerd waarvan het decor naar een abstract vroeger verwijst: niet naar ‘het’ verleden, maar naar ‘een’ verleden.
Een belangrijke ‘marker’ van verledenheid is het zwaard: zwaarden worden met de Middeleeuwen geassocieerd; zwaardgekletter connoteert deze periode. In die zin hebben fantasy-verhalen als de Lord of the rings en Game of thrones met de Middeleeuwen te maken. Deze beide fictiewerelden zijn grimmig van toonzetting: erin is juist niet sprake van een verbetering van het verleden: het verleden wordt erin getoond als een locatie van hardvochtigheid en het kwaad. De eerstgenoemde fictiecyclus toont een zwartwit tegenstelling tussen goed en kwaad (waarbij evil een afschrikwekkend uiterlijk heeft), terwijl in Game of Thrones alle gradaties tussen goed en kwaad worden getoond, zodat een gelaagder verhaal ontstaat: zelfs de meest nobele persoon heeft het kwaad in zich en bijna alle slechteriken hebben ook iets goeds in zich. Door aankleding, belichting en thematiek wordt in beide film/seriebewerkingen een unheimische sfeer opgeroepen. Dat betekent de aantrekkingskracht van dergelijke beeldproducten. Veel mensen vinden het fijn om te huiveren over een wereld waarin zij gelukkig niet leven. Gruwelescapisme.
Wanneer verledenheid daarentegen hoofdzakelijk positief getoonzet is, is er sprake van een vorm van nostalgie. Nostalgie vat ik hier op als het idealiseren van het verleden. Dit idealiseren kan esthetisch van aard zijn (zoals de strips van de Canadese tekenaar Seth) en esthetisch-moreel (zoals het werk van Anton Pieck dat een mooi verleden toont zonder sociale onrust, of de Britse heritage cinema, die in mooie plaatjes de vermeende heilzaamheid van een conservatieve standenmaatschappij uitdraagt). Bij esthetisch-morele cultuurproducten wordt datgene wat esthetiek vertegenwoordigt verbonden aan morele schoonheid. Alles wat aan de oppervlakte mooi oogt is ook in zichzelf mooi. In een dergelijk denkstramien staat een heraldisch wapenschild bijvoorbeeld voor schoonheid, eerder dan dat het verwijst naar een gedateerd feodalisme.
In wat volgt wil ik verledenheid in verband brengen met de Netflix-producties Struggle, Jingle Jangle, Bridgerton en The letter for the king.
Verleden, fantasie en fanatisme; zermatisme
De Netflixdocumentaire Struggle gaat over de omstreden Poolse beeldhouwer en schilder Stanislav Szukalski (1893-1987). Deze had een fout verleden, maar hier wil ik een ander aspect van de geesteswereld van deze mythomane man aanstippen. De ook in de Netflixfilm besproken kunstvorm zermatisme, door Szukalski ontwikkeld in zijn tekeningen en geschriften, toont een alternatieve geschiedenis van de mensheid. De kunstenaar schiep in zijn eentje een heel mythisch-historisch universum. Het is een juist door zijn megalomanie fascinerende etnografie van een volkomen fictief verleden van de mensheid, waarin de beelden van Paaseiland ‘markers’ zijn van de imaginaire geschiedbeleving.
Szukalski was misschien een geniale dwaas die zijn eigen visie op het menselijk verleden ontwikkelde, qua ambitieniveau vergelijkbaar met de theorie over cones en gyres van W.B. Yeats, waarmee deze dichter-ziener het menselijk leven en ook de menselijke geschiedenis probeerde te verklaren uit een dualisme van ratio en fantasie.
Szukalski tekende en schreef volgens Wikipedia 42 delen vol met zijn kijk op het prehistorische en latere verleden van de mens. Het verleden van de wereld heeft volgens hem veel te maken met het Paaseiland van voor de Zondvloed en de eeuwige strijd van de mensheid met de zonen van de Yeti. De God Pan is daar volgens hem ook bij betrokken.
Het is moeilijk voorstelbaar dat Szukalski werkelijk geloofde in wat hij (op)tekende in meer dan 2000 pagina’s. Het resultaat moet worden gezien als het misschien meest typerende aspect van zijn kunstenaarschap, gebaseerd op een volledig fictief verleden. Als Szukalski geen gevestigd kunstenaar was geweest, had men zijn nalatenschap als outsider art hebben kunnen typeren, als kunst buiten de officiële kunstwereld. Nu zou men van een outsider historian kunnen spreken. Mogelijk was de heilige waanzin die uit zijn zermatisme-producten sprak, echter vooral ook de resultante van een ver doorgevoerde pose.
Het zermatisme is verledenheid, omdat fantasie er aan ‘vroeger’ gekoppeld wordt en er zo een beeld van het verleden ontstaat dat contrair is aan de officiële geschiedschrijving, maar voor de bedenker ervan fascinerender is dan de historische werkelijkheid. Zijn psyche is enigszins vergelijkbaar met die van de vele pratende hoofden in de uitzendingen over ancient aliens op de history channel.
Morele verbetering van het verleden op Netflix
Szukalski, gestoord of niet, was een Poolse nationalist en mogelijk ook racistisch. Niet veel mensen zullen hem als politiek correct typeren. De term ‘politieke correctheid’ is natuurlijk erg gedateerd. De term was een retorisch wapen waarmee rechtse krachten twintig jaar geleden een gebrek aan goede eigen argumenten verbloemden en zichzelf een rebels imago aanmaten door alles wat moreel hoogstaander was als ‘politiek correct’ te diskwalificeren. Een mening laten vooraf gaan door: ‘het is misschien niet politiek correct, maar ik vind…’ is nu nog even fris als in de ochtend je collega’s ‘goeie ’s-Morgens’ te wensen; daar kun je niet meer mee aankomen, als je jezelf tenminste serieus neemt. Het gebruik van het begrip ‘politiek correct’ als diskwalificatie van de (mening van de) ander is inmiddels nauwelijks minder clichématig geworden dan het typeren van iemand als de gek die zich Napoleon waant, waarmee dit artikel begon.
Je kunt er dus ook niet mee aankomen om de programmering van de Netflix als politiek correct te kenschetsen. Dat is te gemakkelijk. Toch doet de omgang met het verleden in enkele Netflix-producten sommigen de wenkbrauwen fronsen. Ik wil in wat volgteen film en twee series bespreken: zoals gezegd de kerstmovie Jingle Jangle en de series Bridgerton en The letter for the king (De brief voor de koning).
Jingle Jangle is een wintervertelling over een briljante uitvinder in een negentiende eeuw-achtig verleden met Dickensiaanse trekken, gelardeerd met een vleugje steampunk. Het verhaal speelt zich af in een alternatieve negentiende eeuw, waarin de kleding van de mensen gepimpt is tot kleurrijke ensembles. Deze musical is vooral een feel good verhaal, waarin alles uiteindelijk goed komt; het goede overwint na tegenslagen. Jeronicus Jangle is een zwarte speelgoedbedenker in een multiculturele negentiende eeuw, waarin er geen racisme is en waarin niet-blanken gelijke kansen hebben. De vrouwen zijn ook empowered. Kortom: deze kerstfilm toont een verbeterd verleden. Het is een nostalgisch verhaal over een geïdealiseerd vroeger.
Ook het eerste seizoen van de hitserie Bridgerton biedt een multicultureel verleden, waarin blanken en zwarten met elkaar daten in een negentiende eeuw, die qua aankleding vrolijk bont is en waarin de klassenverhoudingen geaccepteerd lijken te worden. Het is een kruising tussen Jane Austen, een sprookje en een soapserie geplaatst in de pre-Victoriaans-achtige tijd, met een grote rol voor een roddelrubriek en ook voor een aantrekkelijke zwarte hertog die het voorwerp is van vrouwenfantasieën. De serie is gebaseerd op boeken en het gaat erin volgens de producent Chris van der Dussen op Wikipedia om een gere-imagineerd verleden, met name door de rol van raciale gelijkheid.
De derde Netflix-productie die ik wil bespreken is The letter for he king. Dit is een serie gebaseerd op het kinderboek De brief voor de Koning van Tonke Dragt (1930). Het is mooi voor Dragt dat ze deze blijk van internationale erkenning nog heeft mee mogen maken, maar de serie heeft niet veel te maken met haar boek, omdat er vele zaken aan het verhaal zijn veranderd en toegevoegd. Hiervoor is gekozen, zo lijkt het, omdat het oorspronkelijke verhaal slechts stof voor een enkele film zou bieden, niet voor een serie. Bij de thematische uitbreiding valt vooral de grote rol voor magie op, anders dan in de brontekst. Ironisch genoeg gaat de magie van De Brief voor de Koning juist deels verloren door het toevoegen van magie in de serie. Deze keuze is ingegeven door de populariteit van de Harry Potter films en boeken onder jonge mediagebruikers, niet uit respect voor de genoemde brontekst.
Naast een thematische uitbreiding is er sprake van een morele uitbreiding. De rol van vrouwen is veel groter dan in Dragts wat conservatieve boek. En ook de rol van zwarte karakters is groot, in tegenstelling tot in De Brief voor de Koning. Er wordt een middeleeuwenachtige wereld getoond waarin zwarten gelijk behandeld worden en kunnen toetreden tot de ridderstand, net als krijgshaftige vrouwen. Het gaat opnieuw om een verbeterd verleden.
Het doet een beetje denken aan speciale aandacht geven aan de betrekkingen tussen de Nederlanden en Marokko in vroeger tijden, omdat die betrekkingen in het heden belangrijk zijn, terwijl ze dat niet zozeer waren in het verleden. Bij alternatieve geschiedenissen gaat men echter veel verder: daarin worden pure onwaarheden verkondigd, tenminste als men ze beziet vanuit de geschiedschrijving. De alternatieve geschiedenis is een bekende literaire vorm; de website uchronia.net noemt zo’n 3400 voorbeelden uit de geschreven fictie.
Ook historici bedienen zich weleens van alternatieve geschiedscenario’s en wel om finalisme te bestrijden: geen enkele historische gebeurtenis had alleen zo kunnen verlopen, zoals ze verlopen is. De geschiedenis is een eindeloze aaneenschakeling van toevalligheden. Een voorbeeld, een variatie op een thema: als de kin van Karel de Vijfde er anders had uitgezien, had hij dan meer zelfvertrouwen gehad en zo het godsdienstig schisma tussen katholicisme en protestantisme in de kiem kunnen smoren? Het is weleens geopperd.
Het is niet per se een onzinnige vraag. In tijden waarin de mogelijkheid van alternatieve werkelijkheden ook in de wetenschap serieus wordt genomen, kan men zich afvragen of de wereld waarin we leven niet totaal absurd is. Zijn alternatieve historische werelden wel minder waarschijnlijk dan de werkelijkheid waarin wij leven? Of zijn ze zelfs minder onwaarschijnlijk?
Speelsheid
Dergelijke vragen stellen is speels, maar niet kinderachtig. In tegendeel: het stellen van deze vragen is essentieel voor het denken over de maatschappelijke omgang met het verleden.
Het fictionele verleden van Szukalski is ook speels en daarom boeiend, of zelfs leerzaam als casus van idiosyncrasie, die iets zegt over de eeuwige behoefte van mensen aan alternatieve werkelijkheden, maar bijvoorbeeld ook aan complotten. Pas wanneer mensen Szukalski als ziener zouden zien die een waarheid over het verleden zou verkondingen die verborgen wordt gehouden door de officiële geschiedschrijving, is er een gevaar. Dat gevaar is er echter niet, zodat men gefascineerd kan raken door de wereld van een crackpot historian. Men kan met hem het verleden even zien als een reservoir waaruit men kan putten voor producten van de verbeelding.
Het multiculturele verleden, dat in de drie besproken Netflixverhalen wordt getoond is een fictie, een heilzame fictie mogelijk, maar een fictie. De geschiedenis wordt vertekend, vanuit een idealistische doelstelling. Deze fictionalisering komt voort uit een hedendaagse behoefte om ongelijkheid te bestrijden. Door te laten zien dat in het verleden mensen al gelijk werden behandeld, gaat men voorbij aan de realiteit van slavernij, kolonialisme, misogynie, kruistochten en ander onrecht. Dat kan zo gaan omdat men niet beweert een werkelijk verleden te representeren. Daar zit hem het gevaar dat ook kleeft aan de speelse benadering van het verleden. Veel kijkers zien het verschil tussen verledenheid en historisch meer accurate representaties niet meer. Zij zouden kunnen denken dingen over ‘het’ verleden te leren die bezijden de waarheid liggen, omdat wat ze zien een representatie van ‘een’ verleden is, een alternatieve geschiedschrijving. Maar dan niet een alternatieve geschiedschrijving voorzien van voetnoten die duidelijk maken dat het niet eens om speculaties gaat maar om pure verzinsels. Visuele producten zijn dwingend in hun beeldendheid. Ze leggen vast, etsen beelden in de geest van de kijker; niet alleen beelden van de aankleding van het verleden, maar ook aangaande de mentaliteit van ‘vroeger’.
De vraag is of het projecteren van een gelijke kansenmentaliteit op het verleden educatief is. Een kijker leert meer over het leven en zeker meer over de geschiedenis als al de onrechtvaardigheid van het vroegere wordt getoond. De intenties van de makers van de besproken fictionele Netflix-producties zijn waarschijnlijk nobel, maar het gaat hier om meer dan een leugen om bestwil. Historici zouden zich moeten willen verzetten tegen de definitieve komst van een posthistorische (of ‘post-truth’) tijd waarin elke versie van het verleden even waar is.
Het verbeterde verleden
‘Verledenheid’ en Netflix
Olivier Rieter
Wie spreekt over de gek die denkt dat hij Napoleon is, bezigt een van ’s werelds grootste clichés. Met dit cliché over grootheidswaan wordt gespeeld in de titel van een documentaire die te zien is op de streaming dienst Netflix: Being Napoleon. Deze film gaat over het naspelen van de napoleontische geschiedenis. Twee mannen worden gevolgd die allebei de zelfbenoemde keizer Napoleon verbeelden bij grote nabootsingen van veldslagen en marsen. Een van beiden zal uiteindelijk worden gekozen tot de ‘echte’ Napoleonverbeelder.
Het naspelen van de geschiedenis wordt reenactment genoemd. Historici kijken soms met verbazing naar deze vorm van publieksgeschiedenis: zij vragen zich af wat mensen die het verleden naspelen nu werkelijk beleven. Een veldslag laat zich maar in beperkte zin nabootsen, omdat in zo’n naleving dodelijke slachtoffers natuurlijk voorkomen moeten worden, waarmee de essentie van het slagveld (volgens sommigen is ‘slachtveld’ adequater) verloren gaat. In die zin is er bij reenactment sprake van een verbeterd verleden: ontberingen, onheil, bloeddorst en stank worden niet aan den lijve ervaren door de living history adepten. Het gaat om een zintuiglijke, lichamelijk gevoelde verbetering van het verleden. De grootste ongemakken zijn uit dit naspelen van het verleden weg gefilterd.
Er bestaan nog minstens twee andere vormen van ‘verbetering’ van het ‘vroeger’: imaginaire/esthetische verbetering en morele verbetering. Deze twee reparaties aan het verleden vormen het onderwerp van wat hierna volgt. In welke relatie staan dergelijke vormen van ‘verledenheid’ (een vertaling van het steeds meer gebruikte Engelse begrip ‘pastness’) tot de geschiedbeoefening? Ik bespreek om dit te onderzoeken twee films en twee series, speciaal gemaakt voor Netflix.
Verledenheid
Verledenheid (of verledenachtigheid) is het fantasievolle omgaan met het verleden in het heden. Men wordt naar een rijk van de verbeelding gevoerd waarvan het decor naar een abstract vroeger verwijst: niet naar ‘het’ verleden, maar naar ‘een’ verleden.
Een belangrijke ‘marker’ van verledenheid is het zwaard: zwaarden worden met de Middeleeuwen geassocieerd; zwaardgekletter connoteert deze periode. In die zin hebben fantasy-verhalen als de Lord of the rings en Game of thrones met de Middeleeuwen te maken. Deze beide fictiewerelden zijn grimmig van toonzetting: erin is juist niet sprake van een verbetering van het verleden: het verleden wordt erin getoond als een locatie van hardvochtigheid en het kwaad. De eerstgenoemde fictiecyclus toont een zwartwit tegenstelling tussen goed en kwaad (waarbij evil een afschrikwekkend uiterlijk heeft), terwijl in Game of Thrones alle gradaties tussen goed en kwaad worden getoond, zodat een gelaagder verhaal ontstaat: zelfs de meest nobele persoon heeft het kwaad in zich en bijna alle slechteriken hebben ook iets goeds in zich. Door aankleding, belichting en thematiek wordt in beide film/seriebewerkingen een unheimische sfeer opgeroepen. Dat betekent de aantrekkingskracht van dergelijke beeldproducten. Veel mensen vinden het fijn om te huiveren over een wereld waarin zij gelukkig niet leven. Gruwelescapisme.
Wanneer verledenheid daarentegen hoofdzakelijk positief getoonzet is, is er sprake van een vorm van nostalgie. Nostalgie vat ik hier op als het idealiseren van het verleden. Dit idealiseren kan esthetisch van aard zijn (zoals de strips van de Canadese tekenaar Seth) en esthetisch-moreel (zoals het werk van Anton Pieck dat een mooi verleden toont zonder sociale onrust, of de Britse heritage cinema, die in mooie plaatjes de vermeende heilzaamheid van een conservatieve standenmaatschappij uitdraagt). Bij esthetisch-morele cultuurproducten wordt datgene wat esthetiek vertegenwoordigt verbonden aan morele schoonheid. Alles wat aan de oppervlakte mooi oogt is ook in zichzelf mooi. In een dergelijk denkstramien staat een heraldisch wapenschild bijvoorbeeld voor schoonheid, eerder dan dat het verwijst naar een gedateerd feodalisme.
In wat volgt wil ik verledenheid in verband brengen met de Netflix-producties Struggle, Jingle Jangle, Bridgerton en The letter for the king.
Verleden, fantasie en fanatisme; zermatisme
De Netflixdocumentaire Struggle gaat over de omstreden Poolse beeldhouwer en schilder Stanislav Szukalski (1893-1987). Deze had een fout verleden, maar hier wil ik een ander aspect van de geesteswereld van deze mythomane man aanstippen. De ook in de Netflixfilm besproken kunstvorm zermatisme, door Szukalski ontwikkeld in zijn tekeningen en geschriften, toont een alternatieve geschiedenis van de mensheid. De kunstenaar schiep in zijn eentje een heel mythisch-historisch universum. Het is een juist door zijn megalomanie fascinerende etnografie van een volkomen fictief verleden van de mensheid, waarin de beelden van Paaseiland ‘markers’ zijn van de imaginaire geschiedbeleving.
Szukalski was misschien een geniale dwaas die zijn eigen visie op het menselijk verleden ontwikkelde, qua ambitieniveau vergelijkbaar met de theorie over cones en gyres van W.B. Yeats, waarmee deze dichter-ziener het menselijk leven en ook de menselijke geschiedenis probeerde te verklaren uit een dualisme van ratio en fantasie.
Szukalski tekende en schreef volgens Wikipedia 42 delen vol met zijn kijk op het prehistorische en latere verleden van de mens. Het verleden van de wereld heeft volgens hem veel te maken met het Paaseiland van voor de Zondvloed en de eeuwige strijd van de mensheid met de zonen van de Yeti. De God Pan is daar volgens hem ook bij betrokken.
Het is moeilijk voorstelbaar dat Szukalski werkelijk geloofde in wat hij (op)tekende in meer dan 2000 pagina’s. Het resultaat moet worden gezien als het misschien meest typerende aspect van zijn kunstenaarschap, gebaseerd op een volledig fictief verleden. Als Szukalski geen gevestigd kunstenaar was geweest, had men zijn nalatenschap als outsider art hebben kunnen typeren, als kunst buiten de officiële kunstwereld. Nu zou men van een outsider historian kunnen spreken. Mogelijk was de heilige waanzin die uit zijn zermatisme-producten sprak, echter vooral ook de resultante van een ver doorgevoerde pose.
Het zermatisme is verledenheid, omdat fantasie er aan ‘vroeger’ gekoppeld wordt en er zo een beeld van het verleden ontstaat dat contrair is aan de officiële geschiedschrijving, maar voor de bedenker ervan fascinerender is dan de historische werkelijkheid. Zijn psyche is enigszins vergelijkbaar met die van de vele pratende hoofden in de uitzendingen over ancient aliens op de history channel.
Morele verbetering van het verleden op Netflix
Szukalski, gestoord of niet, was een Poolse nationalist en mogelijk ook racistisch. Niet veel mensen zullen hem als politiek correct typeren. De term ‘politieke correctheid’ is natuurlijk erg gedateerd. De term was een retorisch wapen waarmee rechtse krachten twintig jaar geleden een gebrek aan goede eigen argumenten verbloemden en zichzelf een rebels imago aanmaten door alles wat moreel hoogstaander was als ‘politiek correct’ te diskwalificeren. Een mening laten vooraf gaan door: ‘het is misschien niet politiek correct, maar ik vind…’ is nu nog even fris als in de ochtend je collega’s ‘goeie ’s-Morgens’ te wensen; daar kun je niet meer mee aankomen, als je jezelf tenminste serieus neemt. Het gebruik van het begrip ‘politiek correct’ als diskwalificatie van de (mening van de) ander is inmiddels nauwelijks minder clichématig geworden dan het typeren van iemand als de gek die zich Napoleon waant, waarmee dit artikel begon.
Je kunt er dus ook niet mee aankomen om de programmering van de Netflix als politiek correct te kenschetsen. Dat is te gemakkelijk. Toch doet de omgang met het verleden in enkele Netflix-producten sommigen de wenkbrauwen fronsen. Ik wil in wat volgteen film en twee series bespreken: zoals gezegd de kerstmovie Jingle Jangle en de series Bridgerton en The letter for the king (De brief voor de koning).
Jingle Jangle is een wintervertelling over een briljante uitvinder in een negentiende eeuw-achtig verleden met Dickensiaanse trekken, gelardeerd met een vleugje steampunk. Het verhaal speelt zich af in een alternatieve negentiende eeuw, waarin de kleding van de mensen gepimpt is tot kleurrijke ensembles. Deze musical is vooral een feel good verhaal, waarin alles uiteindelijk goed komt; het goede overwint na tegenslagen. Jeronicus Jangle is een zwarte speelgoedbedenker in een multiculturele negentiende eeuw, waarin er geen racisme is en waarin niet-blanken gelijke kansen hebben. De vrouwen zijn ook empowered. Kortom: deze kerstfilm toont een verbeterd verleden. Het is een nostalgisch verhaal over een geïdealiseerd vroeger.
Ook het eerste seizoen van de hitserie Bridgerton biedt een multicultureel verleden, waarin blanken en zwarten met elkaar daten in een negentiende eeuw, die qua aankleding vrolijk bont is en waarin de klassenverhoudingen geaccepteerd lijken te worden. Het is een kruising tussen Jane Austen, een sprookje en een soapserie geplaatst in de pre-Victoriaans-achtige tijd, met een grote rol voor een roddelrubriek en ook voor een aantrekkelijke zwarte hertog die het voorwerp is van vrouwenfantasieën. De serie is gebaseerd op boeken en het gaat erin volgens de producent Chris van der Dussen op Wikipedia om een gere-imagineerd verleden, met name door de rol van raciale gelijkheid.
De derde Netflix-productie die ik wil bespreken is The letter for he king. Dit is een serie gebaseerd op het kinderboek De brief voor de Koning van Tonke Dragt (1930). Het is mooi voor Dragt dat ze deze blijk van internationale erkenning nog heeft mee mogen maken, maar de serie heeft niet veel te maken met haar boek, omdat er vele zaken aan het verhaal zijn veranderd en toegevoegd. Hiervoor is gekozen, zo lijkt het, omdat het oorspronkelijke verhaal slechts stof voor een enkele film zou bieden, niet voor een serie. Bij de thematische uitbreiding valt vooral de grote rol voor magie op, anders dan in de brontekst. Ironisch genoeg gaat de magie van De Brief voor de Koning juist deels verloren door het toevoegen van magie in de serie. Deze keuze is ingegeven door de populariteit van de Harry Potter films en boeken onder jonge mediagebruikers, niet uit respect voor de genoemde brontekst.
Naast een thematische uitbreiding is er sprake van een morele uitbreiding. De rol van vrouwen is veel groter dan in Dragts wat conservatieve boek. En ook de rol van zwarte karakters is groot, in tegenstelling tot in De Brief voor de Koning. Er wordt een middeleeuwenachtige wereld getoond waarin zwarten gelijk behandeld worden en kunnen toetreden tot de ridderstand, net als krijgshaftige vrouwen. Het gaat opnieuw om een verbeterd verleden.
Het doet een beetje denken aan speciale aandacht geven aan de betrekkingen tussen de Nederlanden en Marokko in vroeger tijden, omdat die betrekkingen in het heden belangrijk zijn, terwijl ze dat niet zozeer waren in het verleden. Bij alternatieve geschiedenissen gaat men echter veel verder: daarin worden pure onwaarheden verkondigd, tenminste als men ze beziet vanuit de geschiedschrijving. De alternatieve geschiedenis is een bekende literaire vorm; de website uchronia.net noemt zo’n 3400 voorbeelden uit de geschreven fictie.
Ook historici bedienen zich weleens van alternatieve geschiedscenario’s en wel om finalisme te bestrijden: geen enkele historische gebeurtenis had alleen zo kunnen verlopen, zoals ze verlopen is. De geschiedenis is een eindeloze aaneenschakeling van toevalligheden. Een voorbeeld, een variatie op een thema: als de kin van Karel de Vijfde er anders had uitgezien, had hij dan meer zelfvertrouwen gehad en zo het godsdienstig schisma tussen katholicisme en protestantisme in de kiem kunnen smoren? Het is weleens geopperd.
Het is niet per se een onzinnige vraag. In tijden waarin de mogelijkheid van alternatieve werkelijkheden ook in de wetenschap serieus wordt genomen, kan men zich afvragen of de wereld waarin we leven niet totaal absurd is. Zijn alternatieve historische werelden wel minder waarschijnlijk dan de werkelijkheid waarin wij leven? Of zijn ze zelfs minder onwaarschijnlijk?
Speelsheid
Dergelijke vragen stellen is speels, maar niet kinderachtig. In tegendeel: het stellen van deze vragen is essentieel voor het denken over de maatschappelijke omgang met het verleden.
Het fictionele verleden van Szukalski is ook speels en daarom boeiend, of zelfs leerzaam als casus van idiosyncrasie, die iets zegt over de eeuwige behoefte van mensen aan alternatieve werkelijkheden, maar bijvoorbeeld ook aan complotten. Pas wanneer mensen Szukalski als ziener zouden zien die een waarheid over het verleden zou verkondingen die verborgen wordt gehouden door de officiële geschiedschrijving, is er een gevaar. Dat gevaar is er echter niet, zodat men gefascineerd kan raken door de wereld van een crackpot historian. Men kan met hem het verleden even zien als een reservoir waaruit men kan putten voor producten van de verbeelding.
Het multiculturele verleden, dat in de drie besproken Netflixverhalen wordt getoond is een fictie, een heilzame fictie mogelijk, maar een fictie. De geschiedenis wordt vertekend, vanuit een idealistische doelstelling. Deze fictionalisering komt voort uit een hedendaagse behoefte om ongelijkheid te bestrijden. Door te laten zien dat in het verleden mensen al gelijk werden behandeld, gaat men voorbij aan de realiteit van slavernij, kolonialisme, misogynie, kruistochten en ander onrecht. Dat kan zo gaan omdat men niet beweert een werkelijk verleden te representeren. Daar zit hem het gevaar dat ook kleeft aan de speelse benadering van het verleden. Veel kijkers zien het verschil tussen verledenheid en historisch meer accurate representaties niet meer. Zij zouden kunnen denken dingen over ‘het’ verleden te leren die bezijden de waarheid liggen, omdat wat ze zien een representatie van ‘een’ verleden is, een alternatieve geschiedschrijving. Maar dan niet een alternatieve geschiedschrijving voorzien van voetnoten die duidelijk maken dat het niet eens om speculaties gaat maar om pure verzinsels. Visuele producten zijn dwingend in hun beeldendheid. Ze leggen vast, etsen beelden in de geest van de kijker; niet alleen beelden van de aankleding van het verleden, maar ook aangaande de mentaliteit van ‘vroeger’.
De vraag is of het projecteren van een gelijke kansenmentaliteit op het verleden educatief is. Een kijker leert meer over het leven en zeker meer over de geschiedenis als al de onrechtvaardigheid van het vroegere wordt getoond. De intenties van de makers van de besproken fictionele Netflix-producties zijn waarschijnlijk nobel, maar het gaat hier om meer dan een leugen om bestwil. Historici zouden zich moeten willen verzetten tegen de definitieve komst van een posthistorische (of ‘post-truth’) tijd waarin elke versie van het verleden even waar is.