Een wandeling door museumpark Orientalis
Olivier Rieter
Museumpark Orientalis bij Nijmegen bezocht ik voor de eerste keer rond 1980 toen ik een jaar of vijf oud was. Ik herinner me er vooral van dat mijn ouders voor mijn zussen en mij een panfluit kochten. Bij mijn tweede bezoek in 2017 kwam ik er een gezin tegen waarvan een van de kinderen gepassioneerd op een precies hetzelfde ogende panfluit aan het spelen was. Sommige dingen veranderen blijkbaar niet. Sinds 1980 is er echter veel gebeurd in de voormalige Heilig Land Stichting. Het park ging bijna failliet en werd ook uitgebreid, met onder meer geld uit Oman.
Mijn bedoeling is om een wandeling door het park te maken en mijn indrukken en associaties bij alles wat ik zie te registreren. Orientalis is een locatie waar de oude cultuur en locaties uit heilige boeken van Jodendom, christendom en islam worden getoond, de drie grote monotheïstische godsdiensten dus. Ik ben zelf niet gelovig zodat mijn oordeel over wat ik tijdens mijn wandeling langs de nagemaakte plaatsen waarneem in ieder geval niet (bewust) religieus is gekleurd. Ik wil tijdens mijn wandeling de connotaties bij alles wat ik zie benoemen, de gevoelswaarden. Hiernaast wil ik in wat volgt verslag doen van de manier waarop er ‘verledenheid’ (een vertaling van het Engelse begrip ‘pastness’) wordt opgeroepen; in hoeverre houdt wat ik ervaar verband met het werkelijke verleden of louter met de suggestie daarvan? In hoeverre is wat ik ervaar onecht en, als dat zo zou zijn, is dat dan erg?
Context
Het museum werd opgericht in 1911 om gelovige mensen die niet de kans hadden af te reizen naar het Midden-Oosten toch iets te kunnen laten ervaren van het leven in de Oriënt.
Initiatiefnemer was de geestelijke Arnold Suys die na pelgrimsreizen door ‘het heilig land’ op het idee kwam dergelijke pelgrimages voor iedereen betaalbaar te maken, niet door mensen naar Palestina te brengen, maar door een stukje Oriënt bij Nijmegen te planten. Hij betrok kunstenaar Piet Gerrits bij het project als creatief adviseur. Het park kende als hoofdonderdelen een kerk, de Cenakelkerk (met tevens een pastorie en een klooster), een begraafplaats en hiernaast vooral het eigenlijke terrein van het park dat nu Orientalis heet, met nagebouwde locaties uit het Heilig Land.
Door de decentrale positie van Nijmegen in Nederland, door de secularisering en door de financiële welstand van Nederlanders die nu gemakkelijk op het vliegtuig naar (veilige gebieden in) het Midden-Oosten stappen, is het park in de problemen geraakt. Het gaat echter om een unieke locatie die niet alleen als bron van hedendaagse kennis en ervaring relevant is, maar ook voor de studie van de rol van religie en verledenheid in het recente verleden.
Olivier Rieter
Museumpark Orientalis bij Nijmegen bezocht ik voor de eerste keer rond 1980 toen ik een jaar of vijf oud was. Ik herinner me er vooral van dat mijn ouders voor mijn zussen en mij een panfluit kochten. Bij mijn tweede bezoek in 2017 kwam ik er een gezin tegen waarvan een van de kinderen gepassioneerd op een precies hetzelfde ogende panfluit aan het spelen was. Sommige dingen veranderen blijkbaar niet. Sinds 1980 is er echter veel gebeurd in de voormalige Heilig Land Stichting. Het park ging bijna failliet en werd ook uitgebreid, met onder meer geld uit Oman.
Mijn bedoeling is om een wandeling door het park te maken en mijn indrukken en associaties bij alles wat ik zie te registreren. Orientalis is een locatie waar de oude cultuur en locaties uit heilige boeken van Jodendom, christendom en islam worden getoond, de drie grote monotheïstische godsdiensten dus. Ik ben zelf niet gelovig zodat mijn oordeel over wat ik tijdens mijn wandeling langs de nagemaakte plaatsen waarneem in ieder geval niet (bewust) religieus is gekleurd. Ik wil tijdens mijn wandeling de connotaties bij alles wat ik zie benoemen, de gevoelswaarden. Hiernaast wil ik in wat volgt verslag doen van de manier waarop er ‘verledenheid’ (een vertaling van het Engelse begrip ‘pastness’) wordt opgeroepen; in hoeverre houdt wat ik ervaar verband met het werkelijke verleden of louter met de suggestie daarvan? In hoeverre is wat ik ervaar onecht en, als dat zo zou zijn, is dat dan erg?
Context
Het museum werd opgericht in 1911 om gelovige mensen die niet de kans hadden af te reizen naar het Midden-Oosten toch iets te kunnen laten ervaren van het leven in de Oriënt.
Initiatiefnemer was de geestelijke Arnold Suys die na pelgrimsreizen door ‘het heilig land’ op het idee kwam dergelijke pelgrimages voor iedereen betaalbaar te maken, niet door mensen naar Palestina te brengen, maar door een stukje Oriënt bij Nijmegen te planten. Hij betrok kunstenaar Piet Gerrits bij het project als creatief adviseur. Het park kende als hoofdonderdelen een kerk, de Cenakelkerk (met tevens een pastorie en een klooster), een begraafplaats en hiernaast vooral het eigenlijke terrein van het park dat nu Orientalis heet, met nagebouwde locaties uit het Heilig Land.
Door de decentrale positie van Nijmegen in Nederland, door de secularisering en door de financiële welstand van Nederlanders die nu gemakkelijk op het vliegtuig naar (veilige gebieden in) het Midden-Oosten stappen, is het park in de problemen geraakt. Het gaat echter om een unieke locatie die niet alleen als bron van hedendaagse kennis en ervaring relevant is, maar ook voor de studie van de rol van religie en verledenheid in het recente verleden.
Volken van Abraham
De genoemde drie godsdiensten met Abraham als stamvader stammen uit het Midden-Oosten, de Oriënt. Ik wil mijn bespreking van visuele prikkels beginnen met drie foto’s die verwijzen naar elk van de drie geloven. De eerste is een afbeelding van de Cenakelkerk, die bij het park ligt. Hier wordt het katholicisme gevierd. Het is een kerk van de architect Jan Stuyt in een bouwstijl die past bij het park en die afwijkt van de neogotische kerken die in de rest van katholiek Nederland waren verschenen in de decennia voor de bouw in de jaren tien van de vorige eeuw. De witgekleurde kerk kent twee torens en een koepel. De kerk, gerealiseerd ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, toont een verbondenheid met de tradities uit de Oriënt, eerder dan met de Europese gotiek uit de Middeleeuwen.
De genoemde drie godsdiensten met Abraham als stamvader stammen uit het Midden-Oosten, de Oriënt. Ik wil mijn bespreking van visuele prikkels beginnen met drie foto’s die verwijzen naar elk van de drie geloven. De eerste is een afbeelding van de Cenakelkerk, die bij het park ligt. Hier wordt het katholicisme gevierd. Het is een kerk van de architect Jan Stuyt in een bouwstijl die past bij het park en die afwijkt van de neogotische kerken die in de rest van katholiek Nederland waren verschenen in de decennia voor de bouw in de jaren tien van de vorige eeuw. De witgekleurde kerk kent twee torens en een koepel. De kerk, gerealiseerd ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, toont een verbondenheid met de tradities uit de Oriënt, eerder dan met de Europese gotiek uit de Middeleeuwen.
|
Ook de islam is een abrahamitische godsdienst. In Orientalis is een Arabisch dorpje te bezichtigen, dat mede werd gefinancierd door oliegeld uit Oman. Het dorpje doemt midden in Gelderland op als een luchtspiegeling. Het is een vervreemdende ervaring, die zowel aanzet tot voelen als tot denken, een ervaring die zowel de emotie als de ratio stimuleert. Hier zien we de dominantie van de kleur wit die past bij de zonbeschenen regio waarnaar het gebouwde verwijst. In het dorp schonk een Somalische man koffie voor mij en mijn tochtgenoten. Bij het afscheid zei hij ‘houdoe’.
|
De derde en oudste abrahamitische godsdienst is het Jodendom. In het park is een dorpje nagebouwd waar de bezoekers iets kunnen ervaren van het leven in de tijd van Jezus en Maria.
Uit de foto hieronder van de voorzijde van het dorpje spreekt een rauwe schoonheid. De gebouwen zien er verweerd uit: er is, zo lijkt het, niet gekozen voor een idealiserende, benadering. Ook hier zien we geen bonte kleuren; de verschillende delen van het park zijn op elkaar afgestemd en smaakvol vorm gegeven. Zo worden de overeenkomsten tussen deze godsdiensten en culturen getoond; in een locatie als Orientalis kunnen ze blijkbaar als een eenheid worden getoond, wat in de werkelijke Oriënt natuurlijk minder gemakkelijk gaat. Deze afgestemdheid van de verschillende culturen op elkaar is in zekere zin utopisch. Misschien hebben we inderdaad te maken met luchtspiegelingen midden in Gelderland.
Oriëntalisme
De Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Said is bekend van zijn theorie over Westers oriëntalisme. Hij meende dat de manier waarop de Oriënt door het westen werd bekeken en afgebeeld vanaf de negentiende eeuw deel uitmaakte van een machtspraktijk, waarbij het de westerlingen niet om werkelijk begrip ging van het Nabije Oosten, maar waarin de Oriënt vooral als vreemde tegenhanger van het Westen functioneerde. Het zou om een houding van kolonialistische neerbuigendheid zijn gegaan, waarin de Ander vooral vreemd was.
In Orientalis zien we fascinatie voor de Ander, maar deze wordt niet als vreemd neergezet, eerder spreekt er een soort vertrouwdheid uit de depictie van het Nabije Oosten in het museum: de veelal christelijke bezoekers zijn vertrouwd met de oude verhalen die ze in verband weten te brengen met hun eigen geloofsbeleving, gestoeld op tradities. Een dergelijke locatie verbindt dus christenen, joden en moslims, terwijl in de geografische werkelijkheid waarnaar deze plek wordt verwezen, weinig sprake is van verbroedering. In die zin is het Gelderse park een ‘verbeterde’ versie van het Nabije Oosten. Is de imitatie beter gelukt dan het origineel? Het lijkt niet toevallig dat er in het hele park geen verwijzingen naar de christelijke kruistochten uit de middeleeuwen zijn, toen de genoemde culturen op drastische wijze met elkaar in aanraking kwamen.
(voor meer over culturele wisselwerking en nostalgie zie: de-huiskamer-van-de-geest)
Piet Gerrits en ‘verledenheid’
De kruistochten vormen dus niet het onderwerp van dit park. Er is eerder sprake van het eerder genoemde fenomeen ‘verledenheid’ dat een allesbepalende rol speelt op deze locatie. Verledenheid (pastness) is het creatief omgaan met het verleden in het heden. Het gaat om het actief construeren van verledenachigheid, vooral in visuele scheppingen. De bekendste hedendaagse vorm van verledenheid is fantasy: de werelden van Lord of the Rings en Game of Thrones hebben nauwelijks iets te maken met historische realiteiten, maar de meeste toeschouwers zullen bevestigen dat de verhalen zich ergens ‘vroeger’ afspelen, wat onder meer blijkt uit het wapentuig dat gebruikt wordt, dat naar de Middeleeuwen verwijst. Ook feodale toestanden verwijzen naar die periode uit het verleden.
De drijvende kracht achter het park van de Heilig Landstichting was de kunstenaar Piet Gerrits, die vele beelden en ontwerpen bijdroeg. Hij gaf een eigen creatieve draai aan zijn omgang met het verleden. Volgens zijn biograaf Jan Willemsen beschouwde Gerrits ‘zijn kunstenaarschap als een religieuze roeping en zag [hij] zijn werk dan ook meer educatief en devotioneel dan artistiek. In Transjordanië en Palestina, door christenen het heilig land genoemd, ontwikkelde hij een eigen tekenstijl gericht op het vertellen van een verhaal voor hen die niet konden lezen en schrijven.’ (Willemsen , 11) Een dergelijke benadering, in de traditie van de katholieke beeldcultuur, was in de tijd dat Gerrits actief was, de eerste helft van de twintigste eeuw, in zekere zin al achterhaald, wat tegenwoordig helemaal geldt omdat het merendeel van de Nederlanders in staat is om te lezen en schrijven. Het bijbelse verhaal hoeft niet meer bemiddeld te worden in beelden. Zelfs niet in de huidige beeldcultuur. In het heden is een zekere mate van ‘visuele geletterdheid’ (visual literacy) gewenst, maar bij het gebruik van beelden gaat het nu meer om het overdragen van een emotie of een sfeer, dan om het overdragen van kennis.
Gerrits was geen vernieuwer en zijn thematieken bemoeilijken het voor de hedendaagse seculiere toeschouwer om op te gaan in zijn werk. De vorm van verledenheid waar hij voor stond, lijkt gedateerd. Hoewel zijn werk niet als devotionele kitsch kan worden getypeerd, spreekt de visie op het verleden, op de Bijbel, op traditie, die eruit spreekt, niet alle toeschouwers meer aan. Dit zegt meer over Gerrits’ versie van religieuze verledenheid dan over het fenomeen verledenheid in het algemeen. Gerrits’ verledenheid uit het recente verleden, de visie dus die men in zijn tijd had over het bijbelse ‘vroeger’ wijkt sterk af van de vormen van verledenheid zoals we die nu kennen, van computer games tot Hollywood films.
Voorwerpen als stillevens
Een contact voelen met het verleden houdt vaak verband met voorwerpen. De voorwerpen die in Orientalis worden getoond stammen niet uit de tijd waarnaar ze verwijzen. Volgens sommige waarnemers zou hetgeen de bezoekers ervaren bij het aanschouwen ervan dan ook onecht zijn. Dat lijkt me geen vruchtbare benadering. Het gaat er meer om welk effect een voorwerp in het hoofd van de waarnemer teweeg brengt, dan om het vraagstuk of dit voorwerp authentiek is. In het Gelderse park is zorg besteed aan de effecten van verledenheid die bij elkaar geplaatste voorwerpen kunnen hebben. Op diverse locaties hebben de objecten een impact van verstilling op de waarnemer. Hij of zij ziet de zorgvuldig geschikte objecten en voelt en reflecteert naar aanleiding ervan. Soms kan de waarnemer wel enkele minuten naar een compositie, vergelijkbaar met een stilleven uit de Gouden eeuw, staren.
Buitendecors
De buitendecors bepalen voor een belangrijk deel de aantrekkingskracht van het park. Je kunt, als je de medebezoekers wegdenkt, je even in een andere tijd en op een andere plek wanen. Het is als het wandelen door een filmdecor van een Bijbelse spektakelfilm uit het Hollywood van weleer. Het heuvelachtige landschap van Berg en Dal bij Nijmegen was een geschikte plek voor dit park, het nadeel ervan is, zoals gezegd, dat de locatie decentraal in Nederland ligt.Het bij elkaar plaatsen en vermengen van verschillende contexten van joods-christelijk tot islamitisch en van Romeins tot Egyptisch maakt een bezoek aan Orientalis niet alleen voor religieus geïnteresseerden relevant, maar ook voor mensen met een algemene historische belangstelling. Niet alleen belangstelling voor het verleden an sich, maar ook voor de manier waarop men in het recente verleden met het verder terug gelegen verleden omging.
Interieurs
De bezoekers kunnen ook kennismaken met de binnenvertrekken van mensen uit de Oudheid en, in het geval van het moslimdorp, de vroege Middeleeuwen (en ook nog later). In het Joodse dorp zijn de interieurs sober. Dat geldt ook voor die in het moslimdorp. De bezoeker wordt niet overdonderd door overdaad of overdreven romantisering. Hij of zij krijgt iets mee van hoe het is om in een andere tijd en cultuur te leven, al ontbreken in de woningen de mensen.
Het park is niet nostalgisch in de zin dat er het verleden totaal wordt opgehemeld. De hardheid van een bestaan in ‘vroeger tijden’ wordt duidelijk gemaakt in heel het park. Toch wordt de bezoeker ook verlokt of betoverd door het getoonde, met name in de Romeinse en de Egyptische opstellingen.
Romeinen en de Mithrascultus
Zoals bekend spelen Romeinen een rol in het verhaal van Christus. Daarom is de keuze om veel aandacht aan de Romeinen te besteden onontkoombaar. Zeker ook omdat Nijmegen een band heeft met Rome, als ‘oudste stad van Nederland.’ In de opstellingen is geen aandacht voor het imperialisme dat de achtergrond was van de aanwezigheid van de Romeinen in het Nabije Oosten. In het museum is sowieso geen ruimte voor dergelijke kritische noten; het park spoort meer aan tot harmonieus ervaren dan tot sociaal bewogen reflecteren.
Tot sociaal bewogen reflecteren zou bijvoorbeeld de aanwezigheid van verwijzingen naar de Mithras-cultus kunnen aanzetten. De Christenen hebben deze concurrent in de begineeuwen met geweld bestreden. In de aan Mitrhas gewijde ruimte waan je even in een decor van een thriller van Dan Brown, een thriller waarin deze Mithras-cultus in het heden nog steeds zou bestaan. In deze ruimte is alles nieuw en oud tegelijkertijd, zodat je nadenkt over de kunstmatigheid van de ervaring.
Uit de foto hieronder van de voorzijde van het dorpje spreekt een rauwe schoonheid. De gebouwen zien er verweerd uit: er is, zo lijkt het, niet gekozen voor een idealiserende, benadering. Ook hier zien we geen bonte kleuren; de verschillende delen van het park zijn op elkaar afgestemd en smaakvol vorm gegeven. Zo worden de overeenkomsten tussen deze godsdiensten en culturen getoond; in een locatie als Orientalis kunnen ze blijkbaar als een eenheid worden getoond, wat in de werkelijke Oriënt natuurlijk minder gemakkelijk gaat. Deze afgestemdheid van de verschillende culturen op elkaar is in zekere zin utopisch. Misschien hebben we inderdaad te maken met luchtspiegelingen midden in Gelderland.
Oriëntalisme
De Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Said is bekend van zijn theorie over Westers oriëntalisme. Hij meende dat de manier waarop de Oriënt door het westen werd bekeken en afgebeeld vanaf de negentiende eeuw deel uitmaakte van een machtspraktijk, waarbij het de westerlingen niet om werkelijk begrip ging van het Nabije Oosten, maar waarin de Oriënt vooral als vreemde tegenhanger van het Westen functioneerde. Het zou om een houding van kolonialistische neerbuigendheid zijn gegaan, waarin de Ander vooral vreemd was.
In Orientalis zien we fascinatie voor de Ander, maar deze wordt niet als vreemd neergezet, eerder spreekt er een soort vertrouwdheid uit de depictie van het Nabije Oosten in het museum: de veelal christelijke bezoekers zijn vertrouwd met de oude verhalen die ze in verband weten te brengen met hun eigen geloofsbeleving, gestoeld op tradities. Een dergelijke locatie verbindt dus christenen, joden en moslims, terwijl in de geografische werkelijkheid waarnaar deze plek wordt verwezen, weinig sprake is van verbroedering. In die zin is het Gelderse park een ‘verbeterde’ versie van het Nabije Oosten. Is de imitatie beter gelukt dan het origineel? Het lijkt niet toevallig dat er in het hele park geen verwijzingen naar de christelijke kruistochten uit de middeleeuwen zijn, toen de genoemde culturen op drastische wijze met elkaar in aanraking kwamen.
(voor meer over culturele wisselwerking en nostalgie zie: de-huiskamer-van-de-geest)
Piet Gerrits en ‘verledenheid’
De kruistochten vormen dus niet het onderwerp van dit park. Er is eerder sprake van het eerder genoemde fenomeen ‘verledenheid’ dat een allesbepalende rol speelt op deze locatie. Verledenheid (pastness) is het creatief omgaan met het verleden in het heden. Het gaat om het actief construeren van verledenachigheid, vooral in visuele scheppingen. De bekendste hedendaagse vorm van verledenheid is fantasy: de werelden van Lord of the Rings en Game of Thrones hebben nauwelijks iets te maken met historische realiteiten, maar de meeste toeschouwers zullen bevestigen dat de verhalen zich ergens ‘vroeger’ afspelen, wat onder meer blijkt uit het wapentuig dat gebruikt wordt, dat naar de Middeleeuwen verwijst. Ook feodale toestanden verwijzen naar die periode uit het verleden.
De drijvende kracht achter het park van de Heilig Landstichting was de kunstenaar Piet Gerrits, die vele beelden en ontwerpen bijdroeg. Hij gaf een eigen creatieve draai aan zijn omgang met het verleden. Volgens zijn biograaf Jan Willemsen beschouwde Gerrits ‘zijn kunstenaarschap als een religieuze roeping en zag [hij] zijn werk dan ook meer educatief en devotioneel dan artistiek. In Transjordanië en Palestina, door christenen het heilig land genoemd, ontwikkelde hij een eigen tekenstijl gericht op het vertellen van een verhaal voor hen die niet konden lezen en schrijven.’ (Willemsen , 11) Een dergelijke benadering, in de traditie van de katholieke beeldcultuur, was in de tijd dat Gerrits actief was, de eerste helft van de twintigste eeuw, in zekere zin al achterhaald, wat tegenwoordig helemaal geldt omdat het merendeel van de Nederlanders in staat is om te lezen en schrijven. Het bijbelse verhaal hoeft niet meer bemiddeld te worden in beelden. Zelfs niet in de huidige beeldcultuur. In het heden is een zekere mate van ‘visuele geletterdheid’ (visual literacy) gewenst, maar bij het gebruik van beelden gaat het nu meer om het overdragen van een emotie of een sfeer, dan om het overdragen van kennis.
Gerrits was geen vernieuwer en zijn thematieken bemoeilijken het voor de hedendaagse seculiere toeschouwer om op te gaan in zijn werk. De vorm van verledenheid waar hij voor stond, lijkt gedateerd. Hoewel zijn werk niet als devotionele kitsch kan worden getypeerd, spreekt de visie op het verleden, op de Bijbel, op traditie, die eruit spreekt, niet alle toeschouwers meer aan. Dit zegt meer over Gerrits’ versie van religieuze verledenheid dan over het fenomeen verledenheid in het algemeen. Gerrits’ verledenheid uit het recente verleden, de visie dus die men in zijn tijd had over het bijbelse ‘vroeger’ wijkt sterk af van de vormen van verledenheid zoals we die nu kennen, van computer games tot Hollywood films.
Voorwerpen als stillevens
Een contact voelen met het verleden houdt vaak verband met voorwerpen. De voorwerpen die in Orientalis worden getoond stammen niet uit de tijd waarnaar ze verwijzen. Volgens sommige waarnemers zou hetgeen de bezoekers ervaren bij het aanschouwen ervan dan ook onecht zijn. Dat lijkt me geen vruchtbare benadering. Het gaat er meer om welk effect een voorwerp in het hoofd van de waarnemer teweeg brengt, dan om het vraagstuk of dit voorwerp authentiek is. In het Gelderse park is zorg besteed aan de effecten van verledenheid die bij elkaar geplaatste voorwerpen kunnen hebben. Op diverse locaties hebben de objecten een impact van verstilling op de waarnemer. Hij of zij ziet de zorgvuldig geschikte objecten en voelt en reflecteert naar aanleiding ervan. Soms kan de waarnemer wel enkele minuten naar een compositie, vergelijkbaar met een stilleven uit de Gouden eeuw, staren.
Buitendecors
De buitendecors bepalen voor een belangrijk deel de aantrekkingskracht van het park. Je kunt, als je de medebezoekers wegdenkt, je even in een andere tijd en op een andere plek wanen. Het is als het wandelen door een filmdecor van een Bijbelse spektakelfilm uit het Hollywood van weleer. Het heuvelachtige landschap van Berg en Dal bij Nijmegen was een geschikte plek voor dit park, het nadeel ervan is, zoals gezegd, dat de locatie decentraal in Nederland ligt.Het bij elkaar plaatsen en vermengen van verschillende contexten van joods-christelijk tot islamitisch en van Romeins tot Egyptisch maakt een bezoek aan Orientalis niet alleen voor religieus geïnteresseerden relevant, maar ook voor mensen met een algemene historische belangstelling. Niet alleen belangstelling voor het verleden an sich, maar ook voor de manier waarop men in het recente verleden met het verder terug gelegen verleden omging.
Interieurs
De bezoekers kunnen ook kennismaken met de binnenvertrekken van mensen uit de Oudheid en, in het geval van het moslimdorp, de vroege Middeleeuwen (en ook nog later). In het Joodse dorp zijn de interieurs sober. Dat geldt ook voor die in het moslimdorp. De bezoeker wordt niet overdonderd door overdaad of overdreven romantisering. Hij of zij krijgt iets mee van hoe het is om in een andere tijd en cultuur te leven, al ontbreken in de woningen de mensen.
Het park is niet nostalgisch in de zin dat er het verleden totaal wordt opgehemeld. De hardheid van een bestaan in ‘vroeger tijden’ wordt duidelijk gemaakt in heel het park. Toch wordt de bezoeker ook verlokt of betoverd door het getoonde, met name in de Romeinse en de Egyptische opstellingen.
Romeinen en de Mithrascultus
Zoals bekend spelen Romeinen een rol in het verhaal van Christus. Daarom is de keuze om veel aandacht aan de Romeinen te besteden onontkoombaar. Zeker ook omdat Nijmegen een band heeft met Rome, als ‘oudste stad van Nederland.’ In de opstellingen is geen aandacht voor het imperialisme dat de achtergrond was van de aanwezigheid van de Romeinen in het Nabije Oosten. In het museum is sowieso geen ruimte voor dergelijke kritische noten; het park spoort meer aan tot harmonieus ervaren dan tot sociaal bewogen reflecteren.
Tot sociaal bewogen reflecteren zou bijvoorbeeld de aanwezigheid van verwijzingen naar de Mithras-cultus kunnen aanzetten. De Christenen hebben deze concurrent in de begineeuwen met geweld bestreden. In de aan Mitrhas gewijde ruimte waan je even in een decor van een thriller van Dan Brown, een thriller waarin deze Mithras-cultus in het heden nog steeds zou bestaan. In deze ruimte is alles nieuw en oud tegelijkertijd, zodat je nadenkt over de kunstmatigheid van de ervaring.
Egypte
Uit spiritueel oogpunt aansprekender dan Rome en de Mithras-cultus is voor veel mensen mogelijk de oud-Eyptische cultuur. Na de veldtochten van Napoleon in Egypte ontstond er in de Westerse wereld een cultuur van ‘egyptomanie’. De fascinatie voor het oude Egypte heeft ook daarna aangehouden, blijkens films als The mummy, vele stripseries en het ook in woelige tijden bloeiende toerisme naar het Noord-Afrikaanse land. De Egyptomanie is belangrijk omdat ze aan de basis heeft gelegen voor de wetenschappelijke bestudering van de Oudheid en van het verleden tout court.
In Nederland is de egyptomanie nooit heel toonaangevend geweest, maar in Orientalis vinden we er toch voorbeelden van. Zowel in de binnenopstelling van het museum als in de buitenattracties wordt verwezen naar Egypte met kleurige schilderingen en hiërogliefen. Het zijn vormen van verledenheid: het zijn geen schatten uit het verleden die getoond worden, maar nabootsingen, zoals in het hele park. Een van de mensen met wie ik het park bezocht, merkte op dat alles er niet goed beveiligd lijkt te zijn. Hij realiseerde zich blijkbaar niet dat imitaties over het algemeen geen grote commerciële of verzekeringstechnische waarde hebben. Wat niet wegneemt dat het park een rijksmonument is dat door de overheid actief in stand zou moeten worden gehouden, als Nederlands oudste openluchtmuseum met nadrukkelijke aandacht voor cultuurdiversiteit.
Uit spiritueel oogpunt aansprekender dan Rome en de Mithras-cultus is voor veel mensen mogelijk de oud-Eyptische cultuur. Na de veldtochten van Napoleon in Egypte ontstond er in de Westerse wereld een cultuur van ‘egyptomanie’. De fascinatie voor het oude Egypte heeft ook daarna aangehouden, blijkens films als The mummy, vele stripseries en het ook in woelige tijden bloeiende toerisme naar het Noord-Afrikaanse land. De Egyptomanie is belangrijk omdat ze aan de basis heeft gelegen voor de wetenschappelijke bestudering van de Oudheid en van het verleden tout court.
In Nederland is de egyptomanie nooit heel toonaangevend geweest, maar in Orientalis vinden we er toch voorbeelden van. Zowel in de binnenopstelling van het museum als in de buitenattracties wordt verwezen naar Egypte met kleurige schilderingen en hiërogliefen. Het zijn vormen van verledenheid: het zijn geen schatten uit het verleden die getoond worden, maar nabootsingen, zoals in het hele park. Een van de mensen met wie ik het park bezocht, merkte op dat alles er niet goed beveiligd lijkt te zijn. Hij realiseerde zich blijkbaar niet dat imitaties over het algemeen geen grote commerciële of verzekeringstechnische waarde hebben. Wat niet wegneemt dat het park een rijksmonument is dat door de overheid actief in stand zou moeten worden gehouden, als Nederlands oudste openluchtmuseum met nadrukkelijke aandacht voor cultuurdiversiteit.
Cultuur en commercieHet besluit om aandacht aan Egypte te besteden, lijkt deels uit commerciële motieven genomen te zijn. Zoals opgemerkt ging het park enkele jaren geleden bijna failliet. Het zou jammer zijn als Orientalis zijn hoofd niet boven water zou kunnen houden, want het is een unieke plaats in Nederland, niet alleen door de cultuur die wordt overgedragen, maar ook door de ligging, die natuurliefhebbers veel te bieden heeft.
Op de dag dat ik het park bezocht was het niet zo druk. De helft van de bezoekers waren Duitsers. Nijmegen is voor Duitsers in de grensstreek makkelijker te bereiken dan voor veel Nederlanders.
De toegangprijs van het museum is niet bijzonder hoog en museumkaarthouders mogen er gratis binnen. Op het terrein is onder meer een winkeltje met producten, waar het museum wat extra inkomsten genereert. Ik kocht er Egyptische afbeeldingen op papyrus.
Het hele park maakt geen commerciële indruk, eerder een ideële. Het lijkt er om te gaan om te laten zien hoe boeiend andere culturen zijn. Dat is misschien ook een van de redenen waarom Orientalis in de problemen kwam: in tijden van groeiend nationalisme kijken veel mensen liever niet over de grens, zelfs niet als ze binnen het eigen land over de grens kunnen kijken.
De religieuze sensatie
In een ander artikel schreef ik over het verschil tussen de historische sensatie en de nostalgische sensatie. De historische sensatie (of ervaring) is een begrip van de historicus Johan Huizinga. Door contact met een authentiek voorwerp uit het verleden zou men iets kunnen ervaren van hoe het vroeger werkelijk was. De nostalgische sensatie is complexer. Met allerlei prikkels wordt een kunstmatig effect van verledenheid opgeroepen. Hierbij wordt veelal bewust nostalgie geschapen. Waar de historische sensatie enigszins naïef-illusoir is (je kunt het verleden nooit zo ervaren als het was omdat je er bewust en onbewust veel latere kennis over hebt opgedaan, waarvan je je niet kunt ontdoen) is de nostalgische sensatie volwassen-illusoir; men wordt aangezet om te peinzen over het realiteitsgehalte van wat men ervaart; het gaat dus niet alleen om de emotie maar ook om reflectie.
Ik wil aan dit begrippenpaar nog een derde begrip toevoegen: de religieuze sensatie. Hiermee bedoel ik dat door voorwerpen, gebouwen, decors, beelden, interieurs, muziek, geuren (wierook) een sfeer van gelovigheid wordt overgebracht, die samenhangt met de traditie. Ermee wordt deels kunstmatig een gevoelsmatig effect bewerkstelligd. Door religieuze voorwerpen en andere prikkels die naar vroeger verwijzen wordt de emotie gestimuleerd. Wat in Orientalis geschiedt is kunstmatig en niet authentiek en onderscheidt zich zo van de historische sensatie van Huizinga, maar er is ook
een onderscheid met de nostalgische sensatie, omdat men meer tot voelen dan tot reflecteren wordt aangespoord. Toch is daarmee niet het hele verhaal verteld: er treedt hiernaast in het park een vervreemdingseffect op, in de zin dat men de Oriënt niet verwacht aan te treffen bij Nijmegen, een vervreemdingeffect dat wel strookt met de reflectieve nostalgische sensatie. Wat aantoont dat de omgang met het verleden in het heden zeer divers en complex is.
Conclusie
Wat is nu mijn eindoordeel over de effecten van verledenheid die zijn geschapen op deze locatie bij Nijmegen?
Als historicus word ik op een plek als deze geprikkeld om na te denken over de manier waarop mensen in museale settings omgaan met het verleden. Ik schreef hierboven wel over ‘een plek als deze.’ Dat zou echter suggereren dat er meer van dergelijke plaatsen zijn in Nederland. Maar dat lijkt me niet zo te zijn. Op andere locaties wordt het verleden nagebootst (bijvoorbeeld in het Archeon of het Historisch Dorp Eindhoven), maar nergens in Nederland is ervoor gekozen om historisch-religieuze culturen van volkeren van ‘ver weg’ na te bootsen. Het is een locatie die iets zegt over de omgang in het recente verleden met het verre verleden en met oude religies.
Critici die spreken over de onechtheid van wat in het Orientalis wordt ervaren, slaan de plank mis. Om een effect in iemands hoofd te bewerkstelligen: een emotie, het toenemen van kennis, reflectie aangaande vervreemding, is het niet per se nodig dat het origineel voor handen is. Sterker nog: wat iemand echt op zo’n ‘onechte’ plaats ervaart is zeker complexer en (daarom) mogelijk ook verrijkender dan hetgeen het origineel biedt.
Voor meer over het verband tussen religie en nostalgie: basiliek-van-oudenbosch.
Bronnen
www.museumparkorientalis.nl
https://nl.wikipedia.org/wiki/Orientalisme
https://en.wikipedia.org/wiki/Egyptomania
Peter Fowler, The past in contemporary society. Then, now (Londen en New York 1992)
Jan Willemsen, Het heilige land van Piet Gerrits. Kerkelijk kunstenaar in Palestina en Nederland (Nijmegen 2014)
Op de dag dat ik het park bezocht was het niet zo druk. De helft van de bezoekers waren Duitsers. Nijmegen is voor Duitsers in de grensstreek makkelijker te bereiken dan voor veel Nederlanders.
De toegangprijs van het museum is niet bijzonder hoog en museumkaarthouders mogen er gratis binnen. Op het terrein is onder meer een winkeltje met producten, waar het museum wat extra inkomsten genereert. Ik kocht er Egyptische afbeeldingen op papyrus.
Het hele park maakt geen commerciële indruk, eerder een ideële. Het lijkt er om te gaan om te laten zien hoe boeiend andere culturen zijn. Dat is misschien ook een van de redenen waarom Orientalis in de problemen kwam: in tijden van groeiend nationalisme kijken veel mensen liever niet over de grens, zelfs niet als ze binnen het eigen land over de grens kunnen kijken.
De religieuze sensatie
In een ander artikel schreef ik over het verschil tussen de historische sensatie en de nostalgische sensatie. De historische sensatie (of ervaring) is een begrip van de historicus Johan Huizinga. Door contact met een authentiek voorwerp uit het verleden zou men iets kunnen ervaren van hoe het vroeger werkelijk was. De nostalgische sensatie is complexer. Met allerlei prikkels wordt een kunstmatig effect van verledenheid opgeroepen. Hierbij wordt veelal bewust nostalgie geschapen. Waar de historische sensatie enigszins naïef-illusoir is (je kunt het verleden nooit zo ervaren als het was omdat je er bewust en onbewust veel latere kennis over hebt opgedaan, waarvan je je niet kunt ontdoen) is de nostalgische sensatie volwassen-illusoir; men wordt aangezet om te peinzen over het realiteitsgehalte van wat men ervaart; het gaat dus niet alleen om de emotie maar ook om reflectie.
Ik wil aan dit begrippenpaar nog een derde begrip toevoegen: de religieuze sensatie. Hiermee bedoel ik dat door voorwerpen, gebouwen, decors, beelden, interieurs, muziek, geuren (wierook) een sfeer van gelovigheid wordt overgebracht, die samenhangt met de traditie. Ermee wordt deels kunstmatig een gevoelsmatig effect bewerkstelligd. Door religieuze voorwerpen en andere prikkels die naar vroeger verwijzen wordt de emotie gestimuleerd. Wat in Orientalis geschiedt is kunstmatig en niet authentiek en onderscheidt zich zo van de historische sensatie van Huizinga, maar er is ook
een onderscheid met de nostalgische sensatie, omdat men meer tot voelen dan tot reflecteren wordt aangespoord. Toch is daarmee niet het hele verhaal verteld: er treedt hiernaast in het park een vervreemdingseffect op, in de zin dat men de Oriënt niet verwacht aan te treffen bij Nijmegen, een vervreemdingeffect dat wel strookt met de reflectieve nostalgische sensatie. Wat aantoont dat de omgang met het verleden in het heden zeer divers en complex is.
Conclusie
Wat is nu mijn eindoordeel over de effecten van verledenheid die zijn geschapen op deze locatie bij Nijmegen?
Als historicus word ik op een plek als deze geprikkeld om na te denken over de manier waarop mensen in museale settings omgaan met het verleden. Ik schreef hierboven wel over ‘een plek als deze.’ Dat zou echter suggereren dat er meer van dergelijke plaatsen zijn in Nederland. Maar dat lijkt me niet zo te zijn. Op andere locaties wordt het verleden nagebootst (bijvoorbeeld in het Archeon of het Historisch Dorp Eindhoven), maar nergens in Nederland is ervoor gekozen om historisch-religieuze culturen van volkeren van ‘ver weg’ na te bootsen. Het is een locatie die iets zegt over de omgang in het recente verleden met het verre verleden en met oude religies.
Critici die spreken over de onechtheid van wat in het Orientalis wordt ervaren, slaan de plank mis. Om een effect in iemands hoofd te bewerkstelligen: een emotie, het toenemen van kennis, reflectie aangaande vervreemding, is het niet per se nodig dat het origineel voor handen is. Sterker nog: wat iemand echt op zo’n ‘onechte’ plaats ervaart is zeker complexer en (daarom) mogelijk ook verrijkender dan hetgeen het origineel biedt.
Voor meer over het verband tussen religie en nostalgie: basiliek-van-oudenbosch.
Bronnen
www.museumparkorientalis.nl
https://nl.wikipedia.org/wiki/Orientalisme
https://en.wikipedia.org/wiki/Egyptomania
Peter Fowler, The past in contemporary society. Then, now (Londen en New York 1992)
Jan Willemsen, Het heilige land van Piet Gerrits. Kerkelijk kunstenaar in Palestina en Nederland (Nijmegen 2014)
